Einde inhoudsopgave
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/5.4.0
5.4.0 Introductie
drs. J.J.F.M. Borking, datum 26-05-2010
- Datum
26-05-2010
- Auteur
drs. J.J.F.M. Borking
- JCDI
JCDI:ADS574093:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voice over IP of VoIP wordt het Internet of een ander IP-netwerk gebruikt om spraak te transporteren.
Een andere indeling is ook mogelijk. Software ontwikkelaars gebruiken een drie deling, namelijk model, viewer, controller, waarbij de dienstverlening buiten de indeling valt. http://java.sun.com/blueprints/patterns/MVC-detailed.html.
Bemelmans, Deventer, 2000, p. 65: 'Bij het ontwikkelen van een informatiesysteem voor een organisatie zal steeds eerst een analyse van de te besturen organisatie moeten wonden gemaakt'.
Hes & Borking, 2000, p. 16.
Dietz & Mulder, 1998; Mulder & Dietz, 2002; Dietz, 2006; Mulder, 2006.
Cavoukian, 2007, p. 228: 'When accessing the need for identifiable data dwing the course of transaction the key question one must start with is: how much personal information/data is truly required for the proper functioning of the information system involving this transaction? This question is rarely asked at all since there is such a clear preference in favor of collecting identifiable data, 'the more, the betten''.
Hes & Borking, 2000, p. 16.
In een informatiesysteem en een communicatiesysteem (zoals VoIP,1 browser e.d.), kunnen vier elementen2 worden onderscheiden: organisatie, personeel, procedures en technologie.3 Alle genoemde componenten zijn van belang voor een juiste werking van een informatiesysteem. In dit onderdeel wordt het accent op de technische inrichting van informatiesystemen gelegd. De wijze waarop aan dit aspect vorm is gegeven bepaalt de mate waarin de privacy van de burger/consument kan worden beschermd.4 Het hieronder gepresenteerde figuur 5.1 en de daarvan afgeleide figuren is gebaseerd op architectuurmodel met drie lagen, bestaande uit infrastructurele datasystemen, rationele informatiesystemen en sociaal systemen van actoren.5
Om te bepalen of de identiteit van een gebruiker ook daadwerkelijk nodig is voor de werking van een informatiesysteem, moet het functioneren van een informatiesysteem worden onderzocht. Vragen die hierbij een rol spelen zijn: bij welke modules en voor welke processen binnen het informatiesysteem is het absoluut noodzakelijk dat de identiteit van de gebruiker aangewend moet worden?6 Hes en Borking7 onderscheiden binnen het informatiesysteem een viertal modules, te weten: a. de gebruikersrepresentatie; b. de dienstverlener representatie; c. de databank; en d. de te leveren/verleende diensten. Tussen deze modules bestaan interactielijnen. Bovendien is het informatiesysteem gedeeltelijk ingebed in de omgeving van de omringende wereld. Het figuur 5.1 hieronder geeft schematisch deze modules in het informatiesysteem aan.
Figuur 5.1: Technisch model van een informatiesysteem.