NJ 2007, 558
HvJ EG, 12-09-2006, nr. C-479/04
HvJ EG 12-09-2006, ECLI:EU:C:2006:549
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
12 september 2006
- Magistraten
V. Skouris, P. Jann, C.W.A. Timmermans, A. Rosas, J. Malenovský, J.-P. Puissochet, R. Schintgen, N. Colneric, S. von Bahr, G. Arestis, J. Klučka, U. Lõhmus, A. Ó Caoimh
- Zaaknummer
C-479/04
- Conclusie
A-G Sharpston
- LJN
AZ2159
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Auteursrecht
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Internationaal publiekrecht (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2006:549, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 12‑09‑2006
- Wetingang
Auteursrechtrichtlijn
Essentie
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 234 EG, ingediend door het Østre Landsret (Denemarken) bij beslissing van 16 november 2004.
Harmonisatie van bepaalde aspecten van auteursrecht en naburige rechten in informatiemaatschappij. Distributierecht. Uitputtingsregel. Rechtsgrondslag. Internationale overeenkomsten. Mededingingsbeleid. Evenredigheidsbeginsel. Vrijheid van meningsuiting. Gelijkheidsbeginsel.
Samenvatting
Bij onderzoek van de eerste prejudiciële vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid kunnen aantasten van artikel 4, lid 2, van richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij.
Artikel 4, lid 2, van richtlijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.