AB 2008, 208
RvS, 04-06-2008, nr. 200706356/1
RvS 04-06-2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD3088, m.nt. R. Ortlep
- Instantie
Raad van State
- Datum
4 juni 2008
- Magistraten
Mrs. J.E.M. Polak, C.W. Mouton, C.H.M. van Altena
- Zaaknummer
200706356/1
- Noot
R. Ortlep
- LJN
BD3088
- JCDI
JCDI:ADS859973:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2008:BD3088, Uitspraak, Raad van State, 04‑06‑2008
- Wetingang
Visserijwet 1963, art. 1, vierde lid, aanhef en onder b, art. 4, eerste lid; Reglement zee- en kustvisserij 1977, art. 3, eerste lid, aanhef en onder b, art. 4, eerste lid; Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren, art. 7, eerste lid, art. 11, eerste lid, derde lid, vijfde lid, zesde lid, negende lid.
Essentie
Vertrouwensbeginsel; deskundigheid; vergewisplicht.
Samenvatting
Vaststaat dat wederpartij zich op zaterdag 28 januari 2006 om 08:30 uur buiten de haven bevond met een vaartuig dat enig vistuig aan boord had geschikt voor het vangen van garnalen, zodat sprake was van een overtreding art. 11, derde lid, van de Beschikking.
De rechtbank is er met juistheid van uitgegaan dat een medewerker van de AID, met betrekking tot informatie over het weekendverbod, onder omstandigheden rechtens te honoreren vertrouwen kan wekken. In dit geval bestaat echter geen grond voor het oordeel dat bij wederpartij rechtens te honoreren vertrouwen is gewekt, nu de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.