RSV 2006/99
CRvB, 22-02-2006, nr. 04/3256WAO, nr. 04/3257WAO
CRvB 22-02-2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV2317
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
22 februari 2006
- Magistraten
mr. Ch. van Voorst, mr. M.S.E. Wulffraat-van Dijk, mr. M.C. Bruning
- Zaaknummer
04/3256WAO
04/3257WAO
- LJN
AV2317
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2006:AV2317, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 22‑02‑2006
- Wetingang
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) art. 34, 34a en 71a; Besluit UWV 6 juni 2003 (Beleidsregels vorm- en herkenbaarheidsvereisten reïntegratieverslagen) art. 5 lid 2
Essentie
Loonsanctie werkgever – reïntegratieverslag – administratieve omissie – hersteltermijn – minimumsanctie – strijd beleidsregels met art. 71a lid 9 WAO
Samenvatting
Gelet op de wetsgeschiedenis van art. 71a, lid 9 WAO betekent de opdracht aan het UWV dat het tijdvak waarover de werkgever het loon aan de werknemer moet doorbetalen mede dient te worden afgestemd op de periode die de werkgever wordt geacht nodig te hebben om alsnog voldoende reïntegratie-inspanningen te verrichten. De periode die daadwerkelijk nodig is voor het alsnog verrichten van voldoende reïntegratie-inspanningen kan veel korter zijn dan de 4 maanden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.