Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/5.3:5.3 Zaaksvervanging en gemeenschap
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/5.3
5.3 Zaaksvervanging en gemeenschap
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481144:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In titel 3.7 wordt in art. 3:167 gesproken over zaaksvervanging. Dit artikel luidt als volgt:
‘Goederen die geacht moeten worden in de plaats van een gemeenschappelijk goed te treden behoren tot de gemeenschap.’
De terminologie stemt overeen met de tekst van het hiervoor besproken art. 3.6.1.2 (O)BW.
Of een goed geacht moet worden in de plaats te zijn getreden van een ander goed dient de praktijk, zoals wij hiervoor zagen, te beoordelen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met zowel (a) de aard van de gemeenschapals (b) hetgeen is bepaald bij de rechtshandeling waarop de gemeenschap berust of nader is geregeld.
Zaaksvervanging kan zich volgens de Memorie van Antwoord voordoen indien door de gezamenlijke deelgenoten over een gemeenschappelijk goed tegen een tegenprestatie wordt beschikt of een gemeenschappelijke vordering wordt geïnd.1
Zaaksvervanging zal voorts aan de orde zijn ingeval een vordering tot schadevergoeding geacht wordt in de plaats van de gemeenschappelijke zaak te treden. Hierbij valt te denken aan vorderingen ter zake van tenietgaan of waardevermindering.2
De reden van zaaksvervanging bestaat hierin dat het gewenst is
‘dat een zodanige vordering aan de deelgenoten gezamenlijk toekomt, omdat de opbrengst ervan in beginsel bestemd is tot vervanging of herstel van het tenietgegane of in waarde verminderde goed te worden aangewend.’3
Ingeval vorderingen als hier besproken, gelet op de criteria zoals die hiervoor zijn vermeld, niet tot een gemeenschapbehoren zal art. 6:15 gelden. Dit artikel luidt, voor zover hier van belang:
Is een prestatie aan twee of meer schuldeisers verschuldigd, dan heeft ieder van hen een vorderingsrecht voor een gelijk deel, tenzij uit wet, gewoonte of rechtshandeling voortvloeit dat de prestatie hun voor ongelijke delen toekomt of dat zij gezamenlijk een vorderingsrecht hebben.
Is de prestatie ondeelbaar of valt het recht daarop in een gemeenschap, dan hebben zij gezamenlijk een vorderingsrecht.’
Vorderingen van het type als hiervoor omschreven zijn niet ondeelbaar en behoren in dit geval niet tot de gemeenschap. Lid 2 van evengemeld artikel is derhalve niet van toepassing. De hoofdregel van lid 1 moet worden gevolgd. De deelgenoten in een gemeenschapzijn ieder tot de vordering gerechtigd tot een gelijk deel. Dit zou nog anders kunnen zijn krachtens wet, gewoonte of rechtshandeling.