Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.4.5:II.4.5 Bepaaldheidsvereiste en eenzijdige rechtshandelingen
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.4.5
II.4.5 Bepaaldheidsvereiste en eenzijdige rechtshandelingen
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS622301:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1984/85, 17496, 10, p. 15 en 16 (MvA II Inv.), Parl. Gesch. Boek 3, p. 1123-1124.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals reeds in paragraaf 4.3.2 en 4.3.9 gezien, is over het bepaaldheidsvereiste dat geldt voor eenzijdige rechtshandelingen, zoals de uiterste wilsbeschikking, het volgende bekend:
‘Ook voor vele eenzijdige rechtshandelingen zou een algemene regel als die van art. 6.5.2.10 niet passend zijn. Zo zal uit een opzeggingsverklaring duidelijk moeten blijken op welke overeenkomst zij betrekking heeft en eventueel – afhankelijk van de wettelijke of contractuele regeling waarop de bevoegdheid tot opzegging berust – op welke grond en tegen welke termijn zij geschiedt; van een bevoegdheid van de opzeggende partij om hieromtrent later duidelijkheid te verschaffen of dat aan een derde over te laten, is geen sprake. Hetzelfde geldt voor eenzijdige rechtshandelingen strekkende tot ontbinding of vernietiging van overeenkomsten, tot verrekening van een schuld met een tegenvordering, etc. In het algemeen kan gezegd worden dat ten aanzien van eenzijdige rechtshandelingen veelal uit de wet voortvloeit aan welke vereisten zij naar vorm en inhoud moeten voldoen teneinde het beoogde rechtsgevolg in het leven te roepen, hetgeen tevens inhoudt dat zij, zo zij niet aan deze vereisten voldoen, nietig zijn. Ook om dit laatste te doen vaststaan, is derhalve geen algemene wetsbepaling in de trant van art. 6.5.2.10 nodig (curs. NB).’1
In hoeverre eenzijdige rechtshandelingen bepaald moeten zijn, vloeit dus veelal voort uit de in de wet opgenomen vereisten ten aanzien van de vorm en inhoud van de betreffende rechtshandeling.
Bij het lezen van bovenstaand citaat valt mij op dat ten aanzien van de eenzijdige rechtshandelingen, diens wettelijke vereisten met zich kunnen brengen dat niet louter het onderwerp (de hoofdzaak) van de rechtshandeling voldoende bepaald moet zijn (zoals het bepaaldheidsvereiste, dat van iedere rechtshandeling een bepaald onderwerp verlangt, overigens wel suggereert), maar ook andere onderdelen van de inhoud. Bij bijvoorbeeld een opzeggingsverklaring moet kennelijk niet alleen de overeenkomst waarop de opzegging betrekking heeft (‘het onderwerp’ van de eenzijdige rechtshandeling) duidelijk zijn, maar eventueel, afhankelijk van de wettelijke of contractuele regeling waarop de bevoegdheid tot opzegging berust, ook op welke grond en tegen welke termijn zij geschiedt. Wat betekent dit concreet voor de uiterste wilsbeschikking? In de onderstaande paragraaf ga ik nader in op het bepaaldheidsvereiste en de uiterste wilsbeschikking.