Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/4.1
4.1 Inleiding
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940409:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie met name paragraaf 3.5.
Aldus ook (ten aanzien van de bestuurlijke boete in het algemeen): Hartmann & Van Russen Groen 1997, p. 461, Hartmann & Van Russen Groen 1998, p. 74, Albers 2002, p. 413-414 en 445-447. De regering is bij de behandeling van de Vierde Tranche Awb ingegaan op de in de literatuur opgeworpen (maar niet gevolgde) suggestie om de bestuurlijke boete in een aparte Wet op het Bestuursstrafrecht op te nemen. Als argument daarvoor werd gegeven dat de bestuurlijke boete zowel wordt beheerst door regels van strafrecht als van bestuursrecht, zie Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, p. 126.
Zie paragraaf 2.2.2.2.
Zie paragraaf 7.1.
Uit hoofdstuk 3 is naar voren gekomen dat de fiscale bestuurlijke boete een lange historie kent. Het beeld dat uit de historische ontwikkeling opdoemt, is echter weinig coherent: de precieze duiding van het juridische karakter van de fiscale bestuurlijke boete is lange tijd onduidelijk geweest. Nu eens was het een schadevergoeding, dan weer was het een bestraffend instrument. Uiteindelijk heeft de rechtsontwikkeling ertoe geleid dat er thans sprake is van een bestuursrechtelijk geregelde maatregel, die de facto functioneert als een strafmaatregel, waarvoor – onder invloed van art. 6 EVRM – de algemeen erkende waarborgen voor een strafrechtelijke sanctie gelden.1 De fiscale bestuurlijke boete is dus in de kern een strafsanctie in een bestuursrechtelijk jasje. Gelet op dit ambivalente juridische karakter ligt het voor de hand om de fiscale bestuurlijke boete te zien als een vrucht van twee rechtsgebieden: het bestuursrecht en het strafrecht. De vorm is bestuursrechtelijk, de inhoud is strafrechtelijk.
Dit onderzoek richt zich op het bewijsrecht zoals dat geldt voor de fiscale bestuurlijke boete. Omdat ook dit bewijsrecht onder invloed staat van zowel het bestuursrecht als het strafrecht,2 geef ik in dit hoofdstuk een korte inventarisatie van de belangrijkste kenmerken van het bewijsrecht zoals dat (in zijn algemeenheid) in beide rechtsgebieden geldt. In paragraaf 4.2 behandel ik het strafrechtelijke bewijsrecht. In paragraaf 4.3 komt het algemeen geldende bestuursrechtelijke bewijsrecht aan de orde. Daarbij ga ik steeds afzonderlijk in op de verschillende deelgebieden van het bewijsrecht die ik eerder heb onderscheiden en die in het vervolg van dit onderzoek steeds zullen terugkomen.3 In paragraaf 4.4 geef ik in de vorm van een schema een overzicht van de belangrijkste kenmerken van het strafrechtelijke en het bestuursrechtelijke bewijsrecht.
Ik merk alvast op dat het algemeen geldende fiscale bestuursrecht een eigen traditie heeft en op onderdelen afwijkt van het algemeen geldende bestuursrecht. Dat geldt ook voor het fiscale bewijsrecht. Omdat het algemeen geldende fiscale bewijsrecht het vertrekpunt vormt voor het bewijsrecht zoals dat geldt voor de fiscale bestuurlijke boete,4 geef ik in hoofdstuk 7 – per afzonderlijk deelgebied – een integraal overzicht van het algemeen geldende fiscale bewijsrecht. De daar beschreven specifieke kenmerken en bijzonderheden van het algemene fiscale bewijsrecht kunnen in het juiste perspectief worden geplaatst door terug te grijpen op het in paragraaf 4.3 behandelde, algemeen geldende bestuursrechtelijke bewijsrecht.