De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/399:399 Het pacta sunt servanda-beginsel in woelige wateren
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/399
399 Het pacta sunt servanda-beginsel in woelige wateren
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS370231:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor Nederland onder andere lid 6, 7 (oud) en 8 van art. 2:135 BW. Zie voor de invoering van deze leden: Staatsblad 2013, 589.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De laatste remedie van de wetgever heeft te maken met het creëren of aanscherpen van de mogelijkheid om een bezoldiging achteraf aan te passen of terug te vorderen. De wetgever maakt daarbij inbreuk op een eeuwenoud beginsel van het recht. Een private onderneming mag in beginsel immers zelf bepalen hoeveel zij aan haar bestuurder wil betalen en een bestuurder is vrij te bepalen hoeveel hij voor zijn diensten wil ontvangen. Indien eenmaal een overeenkomst tussen beide gesloten is, dan is het recht hierover helder: pacta sunt servanda. De overeenkomst dient, behoudens buitengewoon bijzondere omstandigheden, nagekomen te worden.
Het beginsel van pacta sunt servanda is van essentieel belang voor een soepel verloop van het handelsverkeer en de bescherming van derden die rechtshandelingen met rechtspersonen aangaan. De rechtszekerheid die dit beginsel biedt, zorgt ervoor dat mensen bereid zijn tijd en geld te investeren, omdat ervan kan worden uitgegaan dat overeenkomsten in beginsel worden nagekomen. Deze zekerheid is een belangrijke bouwsteen voor iedere samenleving.
De financiële crisis heeft ervoor gezorgd dat bij de bezoldiging van bestuurders aan de stoelpoten van het pacta sunt servanda beginsel wordt gezaagd, althans zo lijkt het. Door de ontstane financiële malaise worden steeds meer gevallen voor het voetlicht gebracht waarbij het nakomen van een afgesproken bezoldiging tot onvrede leidt van aandeelhouders, werknemers of het grote publiek. De roep om de bezoldiging van bestuurders achteraf aan te passen wordt steeds luider, waarbij de wetgever in de onderzochte landen zich niet onbetuigd heeft gelaten. De algemene onvrede over de gang van bezoldigingszaken bij diverse ondernemingen heeft ertoe geleid dat verschillende initiatieven zijn ontplooid waarmee de desbetreffende wetgever tracht te voorzien in de mogelijkheid de hoogte van een reeds uitgekeerde of nog uit te keren bezoldiging achteraf te wijzigen.1 In dit hoofdstuk zal ik ingaan op deze initiatieven waarbij ik mij beperk tot de mogelijkheden die specifiek betrekking hebben op de bezoldiging van bestuurders. Vervolgens komen de sinds de recente crisis in Nederland ingevoerde wettelijke regelingen aan bod, waarna gekeken zal worden naar de positie van Nederland ten opzichte van de onderzochte landen. Verder zal worden ingegaan op de vraag of de huidige wettelijke regelingen een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van de kernproblemen die betrekking hebben op de structuur en de hoogte van de bezoldiging van bestuurders.