Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/9.6
9.6 Ten slotte
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291376:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv.: G.A. Mackenzie, ‘Estimating the Base of the Value-Added Tax (VAT) in Developping Countries: The Problem of Exemptions’, IMF Working Paper, WP/91/21, p. 1-2, L. Ebrill e.a., The Modern VAT, Washington: International Monetary Fund 2001, p. 83-100, I. Crawford, M. Keen en S. Smith, ‘Value Added Tax and Excises’ in: J. Mirrlees (red.), Dimensions of Tax Design. The Mirrlees Review, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 277, 351 en 352, R.M. Bird, ‘Commentary by Richard M. Bird’ in: J. Mirrlees (red.), Dimensions of Tax Design. The Mirrlees Review, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 365, S. Cnossen, ‘Commentary by Sijbren Cnossen’ in J. Mirrlees (red.), Dimensions of Tax Design. The Mirrlees Review, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 370-371, I. Dickinson en D. White, ‘Commentary by Ian Dickinson and David White’ in: J. Mirrlees (red.), Dimensions of Tax Design. The Mirrlees Review, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 403-404, S. Cnossen, Three VAT Studies, Den Haag: CPB Netherlands Bureau for Economic Policy Analysis 2010, p. 77, M. Keen, ‘The Anatomy of the VAT’, IMF Working Paper, WP/13/111, S. Cnossen, ‘Modernisering van de btw’ in: S. Cnossen en B. Jacobs (red.), Ontwerp voor een beter belastingstelsel, Amsterdam: ESB 2019, p. 260 en Ministerie van Financiën, De Nederlandse belastingmix. Bouwstenen voor een beter belastingstelsel, Den Haag: Ministerie van Financiën 2020, p. 10.
Vgl. L. Ebrill e.a., The Modern VAT, Washington: International Monetary Fund 2001, p. 85-86.
Internationaal economisch onderzoek laat zien dat grondslagverbreding door een beperking van het aantal vrijstellingen, uniformering van de btw-tarieven in combinatie met een verlaging van het algemene btw-tarief leidt tot een vergroting van de welvaart, meer dan een verhoging van het algemene btw-tarief in combinatie met een verlaging van de belasting op arbeid dat zou doen (S. Acosta-Ormaechea en A. Morozumi, ‘The Value Added Tax and Growth: Design Matters’, IMF Working Paper, WP/2019/96).
Groenboek over de toekomst van de btw van 1 december 2010, nr. COM(2010) 695 definitief, p. 12.
De huidige btw-handeling van vastgoedtransacties in de Europese btw is een cocktail van vrijstellingen en imperatieve en facultatieve uitzondering daarop. Op grond van de conclusies en aanbevelingen ten aanzien van geconstateerde knelpunten in dit onderzoek meen ik dat het minimaliseren van de vrijstellingen en het uniformeren van de btw-behandeling van vastgoedtransacties op juridisch-dogmatische gronden – de wezenlijke kenmerken van de Europese btw – wenselijk is. De economische en budgettaire consequenties van deze conclusies en aanbevelingen zijn in dit onderzoek niet onderzocht, maar zijn uiteraard wel van belang voor het antwoord op de vraag of invoering van die maatregelen wenselijk is. Toch valt over die consequenties wel iets te zeggen. Een verbreding van de belastinggrondslag van de Europese btw door middel van een beperking van het aantal vrijstellingen in het algemeen en voor vastgoedtransacties in het bijzonder, wordt in (inter)nationaal economisch onderzoek reeds decennialang als wenselijk bestempeld, omdat zij de neutraliteit en efficiëntie van de Europese btw verhoogt.1 De in dit onderzoek bepleite btw-behandeling van vastgoedtransacties op juridisch-dogmatische gronden is dus niet in tegenspraak met de btw-behandeling van vastgoedtransacties die volgens economisch onderzoek wenselijk is. Integendeel, zij strookt daarmee. Ook de budgettaire consequenties van de in dit onderzoek bepleite btw-behandeling van vastgoedtransacties hoeven naar mijn mening geen sta-in-de-weg te zijn. Een verbreding van de belastinggrondslag door een beperking van de vrijstellingen (voor vastgoedtransacties) in de Europese btw zal normaliter leiden tot hogere btw-opbrengsten.2 Het is mogelijk om deze hogere btw-opbrengsten aan te wenden voor een belastingverlaging, zoals een verlaging van het algemene btw-tarief en/of een verlaging van de nationale belasting op arbeid, waardoor de beperking van het aantal vrijstellingen (voor vastgoedtransacties) in een lidstaat per saldo op een budgettair neutrale wijze plaatsvindt.3 In tijden van economische recessie, bijvoorbeeld als gevolg van COVID-19, kan de verbreding van de belastinggrondslag door een beperking van de vrijstellingen (voor vastgoedtransacties) in de Europese btw echter ook een alternatief zijn voor belastingverhogingen, zoals een verhoging van het algemene btw-tarief.4 Bij voorgaande opmerkingen past wel een kanttekening. Mij is geen economisch onderzoek bekend dat specifiek ingaat op de effecten van de in dit onderzoek bepleite beperkingen van de vrijstellingen voor vastgoedtransacties op de vastgoedmarkt in de EU als geheel en in de afzonderlijke lidstaten. Op dit punt acht ik nader onderzoek nodig om op een wetenschappelijk verantwoorde wijze antwoord te kunnen geven op de vraag wat de economische effecten zijn van de in dit onderzoek bepleite btw-behandeling van vastgoedtransacties.