V-N 2020/35.6
In maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling leidt niet altijd tot onzakelijke lening
Hof Arnhem-Leeuwarden 15-04-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2982, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
15 april 2020
- Magistraten
Boxem, Van de Merwe, Van Lint
- Zaaknummer
18/01073 en 18/01074
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS209684:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Resultaat uit overige werkzaamheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2020:2982, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 15‑04‑2020
- Wetingang
art. 3.92 Wet IB 2001
Essentie
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat sprake is van een onzakelijke lening. Partijen gingen er namelijk vanuit dat de lening binnen afzienbare termijn geheel zou worden afgelost met de gelden die vrij zouden komen bij de reorganisatie van het E-concern.
Samenvatting
B, de zoon van X, houdt indirect de aandelen in D bv, dat onderdeel uitmaakt van het E-concern. In 2003 verstrekt X een lening van € 450.000 aan zijn schoondochter C, de echtgenote van B. Hierbij worden op dat moment geen nadere afspraken gemaakt. C leent het geld door aan B, die het weer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.