Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/4.3.1
4.3.1 Aanpassing ruime definitie van de Curaçaose trust
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717456:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit zou naar mijn mening betekenen dat bepaalde onderdelen van art. 3:127 BWC en art. 3:155 BWC – ter voorkoming van doublures – moeten worden samengevoegd. Ter illustratie zou onder andere aan de volgende formulering kunnen worden gedacht:Artikel 1271. De onder trustverband geplaatste goederen, hierna te noemen het trustfonds, vormen een afgescheiden geheel van trustgoederen.2. Het trustfonds strekt niet tot verhaal van de schulden van de trustee in privé.3. Tenzij bij de instelling van de trust of op het tijdstip van het toevertrouwen van de aangewezen goederen aan de trustee anders is bepaald, omvat het trustfonds ook de goederen die geacht moeten worden in de plaats van een tot het trustfonds behorend goed te treden, vorderingen tot vergoeding van schade daaronder begrepen, benevens de vruchten en andere voordelen die zulk een goed oplevert, zolang de vruchten niet zijn aangewend ten behoeve van de begunstigde of het bepaalde doel.Zie in dit kader voorts paragraaf 4.3.15.13.
In paragraaf 3.3.1 is reeds toegelicht, dat Curaçao ingevolge het bepaalde in art. 3:127 BWC thans een te ruime definitie hanteert van de Curaçaose trust die letterlijk van het HTV is overgenomen. Dientengevolge zouden andere trustachtige rechtsfiguren die normaliter niet als trust kwalificeren, wel onder het bereik van de Curaçaose trustwetgeving kunnen vallen.
Teneinde kwalificatieproblemen in de rechtspraktijk te voorkomen die de werking van de Curaçaose trust kunnen beletten en gezien het feit dat de trust velerlei vormen kent en het trustverband derhalve diverse strekkingen kan hebben, kan de wetgever mijns inziens het beste kiezen om uitsluitend de rechtsgevolgen die de instelling van de Curaçaose trust teweegbrengt en die hieraan inherent zijn, in de wet op te nemen. In dit kader dient de wetgever mijns inziens in de herziene Curaçaose trustwet het belangrijkste rechtsgevolg van de instelling van de Curaçaose trust – het ontstaan van een afgescheiden geheel van trustgoederen, het trustfonds, als gevolg van het rusten van het trustverband op de aangewezen goederen – in een afzonderlijke wetsbepaling op te nemen. Voorts zou hierin – met het oog op samenhang – tevens kunnen worden vastgelegd dat het trustfonds niet strekt tot verhaal van de schulden van de trustee in privé en dat er zaaksvervanging optreedt ten aanzien van de tot het trustfonds behorende trustgoederen.1
Ter toelichting op het vorenstaande zou de Curaçaose wetgever kunnen wijzen op het feit dat het afgescheiden karakter van de trust tot gevolg heeft dat de onder trustverband gebrachte goederen afgezonderd zijn van het privévermogen van de trustee en dat het trustfonds niet vatbaar is voor boedelmenging, een faillissement en de gevolgen van echtscheiding of het overlijden van de trustee.
Een specifieke situatie waarmee de Curaçaose wetgever noch in de wettekst, noch in de memorie van toelichting rekening heeft gehouden is de vatbaarheid van het trustfonds in het kader van een omzetting van een rechtspersoon en de gevolgen van een fusie ex art. 2:309 BWC, respectievelijk een splitsing ex art. 2:335 BWC. Het is derhalve thans onduidelijk of een omzetting, fusie of splitsing waarbij een trustee-rechtspersoon is betrokken, het trustfonds kan aantasten. Teneinde in deze leemte in de wet te voorzien, dient de Curaçaose wetgever in de wet vast te leggen dat het trustfonds – naast de situaties waarin sprake is van boedelmenging, faillissement, echtscheiding of overlijden van de trustee – niet vatbaar is voor een omzetting van een trustee- rechtspersoon en de gevolgen van een fusie of splitsing als bedoeld in art. 2:309, respectievelijk art. 2:335 BWC. Voorts dient de wetgever naar mijn mening te bepalen dat het trusteeschap van de trustee-rechtspersoon op het tijdstip van fusie of splitsing eindigt, voor zover de trustee-rechtspersoon als gevolg van de fusie op splitsing ophoudt te bestaan. Men vergelijke het voorgaande met het overlijden van een trustee-natuurlijke persoon, waarbij het trusteeschap niet overgaat op de erfgenamen.