Gst. 2015/137
De verzoeker tot invordering van een verbeurde dwangsom heeft geen procesbelang meer nu de overtreding inmiddels, zij het pas na afloop van de begunstigingstermijn, is beëindigd. (Hardenberg)
RvS 28-10-2015, ECLI:NL:RVS:2015:3300, m.nt. P.H.J. de Jonge
- Instantie
Raad van State
- Datum
28 oktober 2015
- Magistraten
Mrs. C.H.M. van Altena, E.A. Minderhoud en B.J. Schueler
- Zaaknummer
201501001/1/A1
- Noot
P.H.J. de Jonge
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS922385:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2015:3300, Uitspraak, Raad van State, 28‑10‑2015
- Wetingang
(Art. 5:37 lid 2 Awb)
Essentie
De verzoeker tot invordering van een verbeurde dwangsom heeft geen procesbelang meer nu de overtreding inmiddels, zij het pas na afloop van de begunstigingstermijn, is beëindigd. (Hardenberg)
Samenvatting
De derde-belanghebbende die om handhaving heeft verzocht, zal als regel ook belang hebben bij de beslissing omtrent de invordering van een of meer verbeurde dwangsommen, tenzij dit belang door wijziging van de feitelijke situatie is weggevallen. Nu de overtreding vóór het nemen van het besluit op bezwaar geheel en definitief is beëindigd en er geen reële kans op herhaling van de overtreding bestaat, is het met de last onder dwangsom ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.