Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/7.4.3
7.4.3 Procesrecht
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS464041:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Nota bene: over rechtsmiddelen en sancties, zie par. 7.2.4. De vraag of procesrechtelijke aangelegenheden vallen onder de reikwijdte van het beginsel van nationale behandeling van het Verdrag van Parijs en van de Berner Conventie, was in het verleden met name van belang in verband met de cautio iudicatum solvi: wordt deze cautio verboden door het beginsel van nationale behandeling? Het antwoord — zo komt in deze paragraaf aan de orde — moet ontkennend zijn omdat procesrechtelijke aangelegenheden niet onder de reikwijdte van het beginsel van nationale behandeling vallen. Zo ook Pouillet & Plé 1896, p. 31-32 (Verdrag van Parijs); Darras 1892 (Lettre de France), p. 48-49 (Berner Conventie; met verdere verwijzingen naar rechtspraak en literatuur); Darras 1892 (De d'état accuel), p. 813-814 (Berner Conventie). Tegenwoordig doet dat probleem zich nauwelijks meer voor, omdat de cautio iudicatum solvi door veel andere regelingen wordt verboden, zie bijvoorbeeld de Haagse Rechtsvorderingsverdragen van 1905 en 1954 (art. 17), en — in het kader van het Europees non-discriminatiebeginsel — HvJ EG 26 september 1996, nr. C-43/95, Jur. 1996, p. 1-4661 (Data Delecta); HvJ EG 20 maart 1997, nr. C-323/95, Jur. 1997, p. 1-1711 (Hayes); HvJ EG 2 oktober 1997, nr. C-122/96, Jur. 1997, p. I5325 (Saldanha).
Zie ook alinea 359 hiervoor.
Actes VP 1880, p. 32 (Procès-verbaux).
Actes VP 1880, p. 32 (Procès-verbaux). De opsteller van het voorontwerp voor het Verdrag van Parijs, de Franse gedelegeerde Jagerschmidt, merkte op dat het beginsel van nationale behandeling niet zag op 'formalités judiciaires. Cela a toujours été entendu ainsi.' Zo ook voorzitter Bozérian: 'L'assimilation ne va pas jusquelà.', zie Actes VP 1880, p. 32 (Procès-verbaux).
Actes VP 1880, p. 95 (Procès-verbaux).
Actes VP 1880, p. 95-96 en p. 114 (Procès-verbaux); p. 128 (Projet de Protocole de clóture).
Actes VP 1883, p. 59 (Protocole de clóture).
Een uitzondering zou men wellicht kunnen zien in art. lOter lid 2 van het Verdrag van Parijs. Krachtens deze bepaling, die is opgenomen door de Haagse conferentie in 1925, verbinden de Unielanden zich om 'maatregelen te treffen om aan syndicaten en verenigingen, welke de belanghebbende fabrikanten, producenten of kooplieden vertegenwoordigen en welker bestaan niet strijdig is met de wetten van hun land, toe te staan in rechte of bij administratieve autoriteiten op te treden ter bestrijding van de handelingen, bedoeld in de artikelen 9, 10 en 10bis, voor zover de wet van het land, waarin de bescherming wordt gevraagd, zulks toestaat aan de syndicaten en verenigingen van dat land.' Deze bepaling betreft inderdaad (mede) een procesrechtelijke aangelegenheid (de bevoegdheid van 'gilden' om in rechte op te treden), maar zij raakt niet (de reikwijdte van) het beginsel van nationale behandeling; het gaat hier om een statelijke verplichting tot het invoeren van wetgeving, zie Bodenhausen 1968, p. 147-148. Zie over deze bepaling ook noot 483 van hoofdstuk 5.
Zie alinea's 174 en 177 hiervoor.
In het ontwerp-slotprotocol stelde de Zwitserse Bondsraad de volgende interpretatieve bepaling nr. 1 voor: 'fl est entendu que la dispositron finale de l'article 2 de la convention ne porte aucune atteinte á la législation de chacun des Etats contractants, en ce qui concerne la procédure suivie devant les tribunaux et la compétence de ces tribunaux.' (Actes BC 1884, p. 13). De desbetreffende slotbepaling van art. 2 luidde als volgt: 'En conséquence, ils auront la même protection que ceux-ci et le même recours légal contre toute atteinte portée á leurs droits, sous réserve de l'accomplissement des formalités et des conditions prescrites par la législation du pays d'origine de Pceuvre.' Deze zinsnede is uiteindelijk weggelaten, zie daarover alinea's 177 tot en met 181 hiervoor.
Actes BC 1884, p. 63 (Rapport de la Commission): 'La Commission a tout d'abord estimé que le numéro 1 était superflu et pouvait être supprimé sans inconvénient.' Dit ziet Cattreux 1889, p. 87-88, die meent dat de cautio iudicatum solvi onder de Berner Conventie is verboden maar onder het Verdrag van Parijs ingevolge de interpretatieve bepaling nr. 3 van het slotprotocol is toegelaten, over het hoofd.
Dat geldt (dus) ook voor de formule 'les moyens de recours garantis á l'auteur pour sauvegarder ses droits' in de illatieve bepaling van art. 5 lid 2, tweede volzin. Tegenwoordig stellen enkele auteurs — ten onrechte — dat deze formule alleen betrekking heeft op procesrechtelijke aangelegenheden (zie alinea 439 hiervoor). Zoals uiteengezet in par. 3.2.2 onder (b)(ii), en in par. 7.2.4, heeft deze formule echter betrekking op de juridische mogelijkheden tot handhaving van het recht, dat wil zeggen (met name) de rechtsvorderingen.
1069. Procesrecht buiten beginsel van nationale behandeling. Een derde terrein dat buiten de reikwijdte van het beginsel van nationale behandeling van de Berner Conventie en van het Verdrag van Parijs valt, is het procesrecht.1
1070. Verdrag van Parijs. Voor het Verdrag van Parijs wordt dit expliciet duidelijk gemaakt door artikel 2 lid 3, dat bepaalt dat onder meer de bepalingen van de wetgeving van ieder Unieland met betrekking tot de rechterlijke of administratieve procesgang en de bevoegdheid, uitdrukkelijk worden voorbehouden. Deze bepaling gaat terug tot de beginjaren van het Verdrag van Parijs.2 Tijdens de Parijse conferentie in 1880 wilde de Belgische gedelegeerde Demeur weten hoe ver het beginsel van nationale behandeling zich zou uitstrekken.3 Demeur was bevreesd dat dit beginsel meebracht dat procesrechtelijke discriminatie van buitenlanders ook werd verboden. Werd hiermee bijvoorbeeld de cautio iudicatum solvi afgeschaft? En, zo ging Demeur voort, in sommige landen kon de eigen onderdaan een vreemdeling, onafhankelijk van diens woonplaats, voor de nationale rechter dagen: kon de vreemdeling nu ook gebruik maken van dit forum actoris? Men stelde hem gerust: het beginsel van nationale behandeling was altijd zo begrepen dat het niet zag op procesrechtelijke aangelegenheden.4 Daarop constateerde De-meur dat de conferentie van mening was dat het beginsel van nationale behandeling niet geldt ten aanzien van dergelijke kwesties:
"(...) on est d'accord que l'assimilation ne doit porter que sur les conditions relatives à l'acquisition et à la conservation des droits, sans qu'il soit rien changé aux formes de la procédure concernant les étrangers."5
1071. Teneinde elke twijfel weg te nemen, wilde Demeur dit niettemin expliciteren. Dit leidde tot de interpretatieve bepaling nr. 3 van het slotprotocol bij het Verdrag van Parijs van 1883.6 Zij luidde:
"11 est entendu que la disposition finale de l'article 2 de la Convention ne porte aucune atteinte la législation de chacun des États contractants, en ce qui concerne la procédure suivie devant les tribunaux et la compétence de ces tribunaux."7
1072. Deze bepaling is later, door de Haagse conferentie in 1925, enigszins gewijzigd, en in het verdrag opgenomen als het derde lid van artikel 2. Zij maakt dus, als gezegd, duidelijk dat het beginsel van nationale behandeling van het Verdrag van Parijs niet van toepassing is op het procesrecht.8
1073. Berner Conventie. Hetzelfde geldt voor het beginsel van nationale behandeling van de Berner Conventie. Ook hier moeten wij terug naar het prille begin, toen de Berner Conventie werd geconcipieerd. De verdragsopstellers van de Berner Conventie, zo kwam al eerder aan de orde, lieten zich anno 1884-1886 mede inspireren door het gloednieuwe Verdrag van Parijs, dat in 1 883 was gesloten.9 Dat is in het onderhavige verband duidelijk zichtbaar: de Zwitserse Bondsraad nam de interpretatieve bepaling nr. 3 van het slotprotocol van het Verdrag van Parijs letterlijk over in zijn ontwerp; de door hem voorgestelde bepaling was volkomen identiek aan die van het Parijse slotprotocol.10 In Bern werd evenwel anders geoordeeld over het nut van deze bepaling dan in Parijs: de Berner verdragsopstellers, zo bleek tijdens conferentie van 1884, vonden deze bepaling zo vanzelfsprekend dat zij haar schrapten.11 Ergo: ook het Berner beginsel van nationale behandeling is niet van toepassing op het procesrecht.12