NJ 1929, p. 222
Oplichting. Onduidelijkheid der dagvaarding? Mededaderschap of medeplichtigheid?
HR 24-07-1928, ECLI:NL:HR:1928:417
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 juli 1928
- Magistraten
Mrs. Segers, Jhr. Feith, Polak, van Dijck en van Woudenberg Hamstra.
- Zaaknummer
[24071928/NJ_1929,_p._222]
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1928:417, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑07‑1928
- Wetingang
Essentie
Oplichting. Onduidelijkheid der dagvaarding? Mededaderschap of medeplichtigheid?
Samenvatting
Nu de inhoud van de bedriegelijke mededeelingen van den medeverdachte, die requirant volgens de telastlegging bevestigd heeft, in de dagvaarding is opgenomen, werd requirant niet in onzekerheid gelaten omtrent het hem telastgelegde. Ook de alternatieve telastlegging „verdichtsels van gelijke strekking" als de in de dagvaarding genoemde doet geen afbreuk aan de duidelijkheid der dagvaarding, nu deze den inhoud der laatstbedoelde verdichtsels bevat.
Ten onrechte stelt het middel, dat slechts van medeplichtigheid en niet van mededaderschap sprake zou kunnen wezen, aangezien de afgifte — constitutief element van het misdrijf van oplichting ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.