Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/9.5.3.1:9.5.3.1 Inleiding
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/9.5.3.1
9.5.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS299572:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
N.H. de Vries en R.J. de Vries, Cursus Belastingrecht (Vennootschapsbelasting), 3.0.5.B.a.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Wet VPB 1969 is niet expliciet bepaald dat de toerekening van de winst aan een vaste inrichting geschiedt aan de hand van de zelfstandigheidsfictie. Naar algemeen wordt aangenomen, ligt deze fictie besloten in art. 3.8 Wet IB 2001.1 Deze bepaling is van toepassing voor de vennootschapsbelasting via art. 18, lid 1, in verbinding met art. 8, lid 1, Wet VPB 1969. Nadat aan de hand van deze fictie het eigen en het vreemd vermogen aan de vaste inrichting is toegerekend, worden vervolgens de Nederlandse winstbepalingsregels toegepast. De regeling tegen onderkapitalisatie is dus in beginsel van toepassing op een Nederlandse vaste inrichting van een buitenlands belastingplichtige.
Hierna wordt eerst ingegaan op de vraag of bij de toepassing van art. 10d de balans van de vaste inrichting of die van de generale onderneming het uitgangspunt is. Vervolgens komt aan de orde of art. 7 OESO-modelverdrag in de weg kan staan aan de toepassing van art. 10d op een vaste inrichting van een buitenlands belastingplichtige.