RBP 2016/76
Verzettermijn. Wanneer kan art. 6 EVRM in de weg staan aan het onverkort hanteren van de verzettermijn?
Rb. Noord-Holland 10-02-2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:944
- Instantie
Rechtbank Noord-Holland
- Datum
10 februari 2016
- Magistraten
Mr. J.H. Gisolf
- Zaaknummer
C/15/229358 / HA ZA 15-491
- JCDI
JCDI:ADS924573:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBNHO:2016:944, Uitspraak, Rechtbank Noord-Holland, 10‑02‑2016
- Wetingang
Essentie
Verzet. Ontvankelijkheid. Daad van bekendheid.
Wanneer kan art. 6 EVRM in de weg staan aan het onverkort hanteren van de verzettermijn?
Samenvatting
Opposant wordt bij vonnis van 9 november 2000 bij verstek veroordeeld om een bedrag van ƒ 115.000 aan geopposeerde te betalen. Op 4 oktober 2001 wordt een beslagexploot aan opposant betekend en op 8 oktober 2001 een proces-verbaal van executoriale beslaglegging op roerende zaken. Op 8 juni 2015 laat geopposeerde ter zake van de veroordeling een hernieuwd betalingsbevel aan opposant in persoon betekenen met inhoudelijke informatie over het verstekvonnis. Uit kracht van het verstekvonnis ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.