Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/1.5
1.5 ONDERZOEKSMETHODE EN VERANTWOORDING
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS447389:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Engelse Minister for Environment, Food and Rural Affairs.
Per 1 oktober 2009 is de rechtsprekende functie weggehaald bij de House of Lords en ondergebracht in het Suprême Court.
Met ingang van 1 december 2009 is alleen de naam van het Europese Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen gewijzigd in het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Dat betekent dat arresten van vóór 1 oktober 2009 consequent worden aangeduid als arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap en niet als arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Het betreft Jane Holder (Professor of Environmental Law, University college London), Colin Reid (Professor of Environmental Law, Dundee Law School) en Christopher Rodgers (Professor of Environmental Law, Newcastle Law School).
Kamerstukken II 2011-2012, 33348, nrs. 1,2 en 3. De Wet Natuurbescherming moet op termijn de huidige Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet gaan vervangen.
Kamerstukken II 2012-2013, 33441, nrs. 1-4.
Dit onderzoek is een juridisch promotieonderzoek. Om die reden is bij het beantwoorden van de probleemstelling en de onderzoeksvragen gebruikt gemaakt van alle relevante (inter)nationale wet- en regelgeving. In de tweede plaats is literatuuronderzoek verricht. Vanwege het grote aantal publicaties is veel informatie over de bescherming van Natura 2000-gebieden en/of de normering van activiteiten in deze gebieden beschikbaar. De onderzoeksvragen zijn voornamelijk beantwoord op basis van juridische literatuur. Daarnaast is gebruik gemaakt van beleidsmatige studies en wetenschappelijke rapporten van Alterra/WUR, SOVON en het Planbureau voor de Leefomgeving. Dit is voornamelijk gedaan om de doelstellingen en het toepassingsbereik van het Nederlandse natuurbeschermingsrecht en omgevingsrecht te verduidelijken en de effectiviteit van de verschillende instrumenten in kaart te brengen. Voor het in kaart brengen van het Engelse natuurbeschermingsrecht is gebruik gemaakt van beleidsdocumenten van de Joint Nature Conservation Committee, Natural Engeland en de Minister van DEFRA.1 Bij de uitleg en interpretatie van bepalingen in de Vrl en Hrl en de Kaderrichtlijn water (verder: Krw) is om begrijpelijke redenen een belangrijke rol weggelegd voor de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en richtsnoeren van de Europese Commissie. In de derde plaats is ten behoeve van dit onderzoek op grote schaal gebruik gemaakt van parlementaire stukken. Het gebruik van deze bron was in veel gevallen nodig voor het vaststellen van de doelstelling en het toepassingsbereik van (delen) van de Natuurbeschermingsrecht 1998. In de vierde plaats is een belangrijk deel van dit onderzoek gebaseerd op Nederlandse, Engelse en Europese jurisprudentie. Voor wat betreft de Nederlandse situatie is een ‘hoofdrol’ weggelegd voor de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en haar voorgangers. Jurisprudentie van andere rechtsprekende instanties komt slechts incidenteel aan de orde. Voor de analyse van de Engelse situatie is gebruik gemaakt van uitspraken van het High Court, Court of Appeal, House of Lords en het Suprême Court. De laatste instantie is de opvolger van de House of Lords.2 Bij de analyse van de verplichtingen die voortvloeien uit Europese richtlijnen is gebruik gemaakt van arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en het Hof van Justitie van de Europese Unie.3 Bij de verwijzing naar arresten van deze instanties is de terminologie gehanteerd zoals die gold op het moment waarop een arrest werd gewezen.4 Een vergelijkbare aanpak is toegepast bij de verwijzing naar Europese verordeningen en richtlijnen van vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Tot slot zijn in het kader van het rechtsvergelijkende onderzoek om een aantal zaken te verduidelijken vragen voorgelegd aan Engelse hoogleraren natuurbeschermingsrecht en ruimtelijke ordeningsrecht.5
Gedurende de looptijd van dit onderzoek zijn door de kabinetten Rutte-Verhagen en Rutte-Asscher ingrijpende wijzigingen van het Nederlandse omgevingsrecht aangekondigd. Het betreft de wetsvoorstellen voor de Wet natuurbescherming6 en de aanpassing van de Wet inrichting landelijk gebied.7 In de zomer van 2013 is een ontwerp-wetsvoorstel voor een Omgevingswet ter consultatie voorgelegd aan de Raad van State. Bij de uitvoering van dit onderzoek is zo veel mogelijk rekening gehouden met (mogelijke) toekomstige wetgeving. Dit is gebeurd door aan het einde van de toepasselijke hoofdstukken een afzonderlijke paragraaf over het desbetreffende wetsvoorstel en/of voorontwerp toe te voegen. Het betreft in alle gevallen een bespreking op hoofdlijnen. Niettemin zijn de eventuele gevolgen van de wetswijzigingen voor zover mogelijk meegenomen in Deel VI (‘Conclusies en aanbevelingen’).
Dit onderzoek is afgesloten op 1 december 2013. Eventuele wetswijzigingen en/of jurisprudentie van na deze datum konden nog slechts incidenteel in dit boek worden verwerkt.