Vertrouwen op informatie bij bestuurlijke taakvervulling
Einde inhoudsopgave
Vertrouwen op informatie bij bestuurlijke taakvervulling (IVOR nr. 83) 2011/6.6:6.6 Conclusies
Vertrouwen op informatie bij bestuurlijke taakvervulling (IVOR nr. 83) 2011/6.6
6.6 Conclusies
Documentgegevens:
mr. M. Mussche, datum 30-05-2011
- Datum
30-05-2011
- Auteur
mr. M. Mussche
- JCDI
JCDI:ADS609822:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien een strafbare gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend. Opzet of schuld van functionarissen kan soms aan een rechtspersoon worden toegerekend. Daarvoor hoeft de opzet of schuld niet aanwezig te zijn geweest bij alle of bij hoge functionarissen.
Een natuurlijke persoon die bevoegd en redelijkerwijs gehouden is in te grijpen bij een (mogelijk) strafbare gedraging van een rechtspersoon, is strafbaar wegens feitelijk leiding geven aan die gedraging wanneer hij dat nalaat.
Opzet of schuld van een adviseur van de verdachte kan niet aan de verdachte worden toegerekend. Een verdachte kan wel schuld hebben vanwege het betrachten van onvoldoende zorg bij de keuze van en samenwerking met een adviseur.
Onder strikte omstandigheden wordt een beroep op avas erkend wegens door de verdachte betrachte zorgvuldigheid om de wet niet te overtreden. De verdachte dient daarvoor alles te hebben gedaan wat in redelijkheid van hem kon worden gevergd om het strafbare feit te voorkomen.
Verschoonbare dwaling disculpeert de verdachte. Onbekendheid met, of twijfel over de uitleg van wettelijke voorschriften levert in beginsel geen verontschuldigbare rechtsdwaling op. Dat kan anders zijn indien de dwaling is ingegeven door het advies van een persoon of instantie, aan wie zodanig gezag valt toe te kennen, dat de verdachte in redelijkheid op de deugdelijkheid van zijn advies mocht vertrouwen. Daarvan kan ook sprake zijn bij private adviseurs zoals advocaten.
Bij de beoordeling van betrouwbaarheid van een advies, kunnen verschillende aspecten van belang zijn, waaronder de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de adviseur, zijn specifieke deskundigheid, de complexiteit van de materie waarover advies wordt ingewonnen, de persoon en positie van de geadviseerde, de manier waarop en de omstandigheden waaronder het advies is ingewonnen en de inhoud van het advies.
Een adviseur moet voldoende gespecialiseerd zijn in de kwestie waarover hij adviseert. De complexiteit van het vraagstuk speelt daarbij een rol. Indien de verdachte verschoonbaar dwaalt over de complexiteit van de materie en (daarmee samenhangend) de deskundigheid van zijn adviseur en daardoor afgaat op informatie die objectief beschouwd onvoldoende betrouwbaar was, dan dient dat de verdachte te disculperen.
Een adviseur mag geen zakelijk belang hebben bij de kwestie waarover hij adviseert. De jurisprudentie is zeer streng. Volledige onafhankelijkheid wordt echter niet onder alle omstandigheden geëist. De hoeveelheid tijd en geld die het zou kosten om een volledig onafhankelijk advies te verkrijgen spelen daarbij een rol.
Een adviseur dient volledig en adequaat te worden geïnformeerd door de verdachte. Het advies dient te zijn gebruikt in overeenstemming met het doel van het advies. De vraagstelling van de verdachte aan de adviseur dient voldoende duidelijk te zijn. Het feit dat de verdachte niet opzettelijk een onvoldoende duidelijke vraag heeft gesteld, doet daarbij niet ter zake.
Adviezen zijn in beginsel vormvrij. De vorm van een advies moet wel worden bezien in samenhang met de omstandigheden waaronder is geadviseerd, zoals aan wie en waarover. Onder omstandigheden verdient schriftelijk advies de voorkeur boven mondeling advies. Een verdachte kan zich niet verschuilen achter een advies dat hij inhoudelijk niet kende, ook niet als hij die informatie niet of nauwelijks kon kennen vanwege de grote omvang daarvan.
Een advies mag inhoudelijk niet zo gebrekkig zijn dat de verdachte niet in redelijkheid op de deugdelijkheid daarvan mocht vertrouwen. Daarbij speelt de deskundigheid en positie van de verdachte een belangrijke rol. Het advies dient bovendien voldoende duidelijk en concreet te zijn.