Gst. 2020/63
Tariefdifferentiatie voldoende geconcretiseerd in de verordening; geen aanwijzingen voor bestaan van sociale relatie tussen zorgverlener en pgb-houder. (Waalwijk)
CRvB 27-11-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3759, m.nt. E.M. Linthorst & J.C. de Wit
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
27 november 2019
- Magistraten
J. Brand, J.P.A. Boersma en H. Benek
- Zaaknummer
19/1551
- Noot
E.M. Linthorst & J.C. de Wit
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS198376:1
- Vakgebied(en)
Maatschappelijke ondersteuning / Algemeen
Maatschappelijke ondersteuning / Individuele voorzieningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2019:3759, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 27‑11‑2019
- Wetingang
(Art. 1.1.1, 2.1.4, 2.3.5 Wmo 2015)
Essentie
Tariefdifferentiatie voldoende geconcretiseerd in de verordening; geen aanwijzingen voor bestaan van sociale relatie tussen zorgverlener en pgb-houder. (Waalwijk)
Samenvatting
Naar het oordeel van de Raad is met artikel 12a, tweede lid, aanhef en onder b, van de Verordening de tariefdifferentiatie voldoende concreet. Het artikelonderdeel bepaalt op welke wijze de hoogte van het pgb wordt bepaald. Anders dan appellante meent is er geen sprake van dat de tariefstelling afhankelijk is van de inzichten van het college. […]
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is de Raad niet kunnen blijken dat [naam] behoort tot het sociale ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.