Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer
Einde inhoudsopgave
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/11.7.2:11.7.2 Woonplaatsverklaring
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/11.7.2
11.7.2 Woonplaatsverklaring
Documentgegevens:
Dr. E.A.P. Schouten, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
Dr. E.A.P. Schouten
- JCDI
JCDI:ADS634589:1
- Vakgebied(en)
Pensioenen (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Besluit Vermindering, (gedeeltelijke) vrijstelling en teruggaaf van dividendbelasting, 22 februari 2018, nr. 2018 -20130, Stcrt. 2018, 17300, paragraaf 6.
Besluit Vermindering, (gedeeltelijke) vrijstelling en teruggaaf van dividendbelasting, 22 februari 2018, nr. 2018 -20130, Stcrt. 2018, 17300, paragraaf 6.1.
Kamerstukken II 2008/2009, 31891, 3, p. 21–22 (Introductie PPI).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer belastingverdragen een regeling bevatten, op basis waarvan Nederland subjectief vrijgestelde pensioenlichamen als verdragsinwoner aanmerkt, kan de Belastingdienst aan deze lichamen, indien aan de desbetreffende bepalingen wordt voldaan, een woonplaatsverklaring verstrekken.1 Wanneer belastingverdragen echter geen regeling voor verdragsinwonerschap bevatten voor vrijgestelde pensioenlichamen (vaak het geval bij oudere verdragen), zal de Belastingdienst op basis van wederkerigheid een woonplaatsverklaring kunnen verstrekken aan in Nederland gevestigd subjectief vrijgesteld pensioenlichaam. Er kan van wederkerigheid worden uitgegaan, tenzij het tegendeel blijkt.2 Door het verstrekken van deze woonplaatsverklaring kunnen subjectief vrijgestelde pensioenlichamen in verdragsverhoudingen een reductie verkrijgen van de buitenlandse bronbelasting.
Als illustratie hierna een gedeelte uit de Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot introductie van de PPI:3 “Indien een in Nederland gevestigde PPI zijn vermogen in het buitenland belegt, dan kan deze als pensioenfonds in de zin van de belastingverdragen in beginsel aanspraak maken op de voordelen van het Nederlandse belastingverdragennetwerk ter zake van de inkomsten en vermogenswinsten behaald met het in het buitenland belegde vermogen. In veel van zijn belastingverdragen heeft Nederland namelijk expliciet laten vastleggen dat een pensioenfonds voor verdragsdoeleinden als inwoner dient te worden beschouwd. Volgens de omschrijving van het begrip 'pensioenfonds' zoals dat voorkomt in de Nederlandse belastingverdragen is een pensioenfonds voor verdragstoepassing inwoner van Nederland indien het pensioenfonds als zodanig erkend is door Nederland, het inkomen daarvan in het algemeen is vrijgesteld van belasting in Nederland en het pensioenfonds onder Nederlands toezicht staat. Voldoet een in Nederland gevestigde PPI aan de in artikel 5, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 verwoorde vereisten, dan komt een dergelijke PPI als pensioenfonds in de zin van de belastingverdragen in aanmerking voor de uit deze belastingverdragen voortvloeiende voordelen. Voor zover dit niet al expliciet in een belastingverdrag is bepaald, volgt uit paragraaf 8.5 van het OESO-commentaar op artikel 4 van het OESO-modelverdrag 2000 – 2008 dat de meeste OESO-lidstaten een onder voorwaarden van de belasting vrijgesteld lichaam beschouwen als inwoner voor verdragsdoeleinden. Om de aanspraak op een vermindering van buitenlandse belasting uit hoofde van een Nederlands belastingverdrag geldend te kunnen maken is de Nederlandse Belastingdienst dan ook bereid aan een Nederlands pensioenfonds in de zin van de belastingverdragen waaronder nu ook de PPI, een woonplaatsverklaring af te geven (zie het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 1 september 1993, nr. IFZ 93/874, BNB 1993/318). Slechts enkele OESO-lidstaten, waaronder Frankrijk, zijn een andere mening toegedaan. Deze minderheid beschouwt een pensioenfonds waarvan in feite geen belasting wordt geheven niet als verdragsinwoner.”