Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (herschikking)
Artikel 24 Algemene beginselen en informatieverstrekking aan cliënten
Geldend
Geldend vanaf 04-12-2024
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 06-06-2026.
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2811 (uitgifte: 14-11-2024, regelingnummer: 2024/2811)
- Inwerkingtreding
04-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2811 (uitgifte: 14-11-2024, regelingnummer: 2024/2811)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De lidstaten schrijven voor dat een beleggingsonderneming zich bij het aan cliënten verlenen van beleggingsdiensten of, in voorkomend geval, nevendiensten, op eerlijke, billijke en professionele wijze inzet voor de belangen van haar cliënten en met name de in dit artikel en in artikel 25 neergelegde beginselen in acht neemt.
2.
Beleggingsondernemingen die financiële instrumenten ontwikkelen voor verkoop aan cliënten zorgen ervoor dat deze financiële instrumenten zo ontworpen zijn dat zij voldoen aan de wensen van een geïdentificeerde doelgroep van eindcliënten binnen de categorie van cliënten in kwestie, dat de strategie voor de distributie van de financiële instrumenten is afgestemd op de geïdentificeerde doelgroep, en de beleggingsonderneming onderneemt redelijke stappen om ervoor te zorgen dat het financieel instrument wordt gedistribueerd aan de geïdentificeerde doelgroep.
Beleggingsondernemingen begrijpen de financiële instrumenten die zij aanbieden of aanbevelen, beoordelen of de financiële instrumenten voldoen aan de behoeften van de cliënten aan wie zij beleggingsdiensten aanbieden, waarbij zij rekening houden met de geïdentificeerde doelgroep van eindcliënten als bedoeld in artikel 16, lid 3, en zorgen ervoor dat financiële instrumenten uitsluitend worden aangeboden of aanbevolen als dit in het belang van de cliënt is.
3.
Alle door de beleggingsonderneming aan cliënten of potentiële cliënten verstrekte informatie, met inbegrip van reclame-uitingen, is correct, duidelijk en niet misleidend. Reclame-uitingen zijn duidelijk als zodanig herkenbaar.
3 bis.
Door beleggingsondernemingen of derden verricht onderzoek dat wordt gebruikt door of gedistribueerd aan beleggingsondernemingen, hun cliënten of potentiële cliënten, moet correct, duidelijk en niet misleidend zijn. Het onderzoek moet duidelijk als zodanig of in soortgelijke bewoordingen herkenbaar zijn, mits aan alle op het onderzoek toepasselijke voorwaarden die zijn vastgelegd in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie (1), is voldaan.
3 ter.
Beleggingsondernemingen die de beleggingsdienst vermogensbeheer of andere beleggings- of nevendiensten verlenen, dragen er zorg voor dat door hen aan cliënten of potentiële cliënten gedistribueerd onderzoek dat geheel of gedeeltelijk wordt gefinancierd door een uitgevende instelling, enkel wordt aangemerkt als ‘door uitgevende instellingen gefinancierd onderzoek’ indien het is verricht in overeenstemming met de in lid 3 quater bedoelde EU-gedragscode voor door uitgevende instellingen gefinancierd onderzoek.
3 quater.
ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen om een EU-gedragscode voor door uitgevende instellingen gefinancierd onderzoek vast te stellen. Die gedragscode bevat normen inzake onafhankelijkheid en objectiviteit, en specificeert de procedures en maatregelen voor de doeltreffende identificatie, preventie en openbaarmaking van belangenconflicten.
Bij de ontwikkeling van de technische reguleringsnormen voor de EU-gedragscode voor door uitgevende instellingen gefinancierd onderzoek houdt ESMA rekening met de inhoud en parameters van gedragscodes voor door uitgevende instellingen gefinancierd onderzoek die voorafgaand aan de datum van toepassing van de technische reguleringsnormen op nationaal niveau zijn vastgesteld, met name wanneer dergelijke codes op ruime schaal worden onderschreven en nageleefd. ESMA houdt, indien toepasselijk, ook rekening met de relevante verplichtingen en normen inzake beleggingsaanbevelingen van artikel 20 van Verordening (EU) nr. 596/2014.
ESMA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 5 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze richtlijn aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
De EU-gedragscode voor door uitgevende instellingen gefinancierd onderzoek wordt openbaar gemaakt op de website van ESMA.
ESMA beoordeelt na de vaststelling van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen ten minste om de vijf jaar of de EU-gedragscode voor door uitgevende instellingen gefinancierd onderzoek moet worden gewijzigd, in welk geval zij ontwerpen van technische reguleringsnormen indient bij de Commissie.
De lidstaten schrijven voor dat beleggingsondernemingen die door een uitgevende instelling gefinancierd onderzoek verrichten of distribueren, organisatorische regelingen hebben getroffen om ervoor te zorgen dat dergelijk onderzoek wordt verricht in overeenstemming met de EU-gedragscode voor door uitgevende instellingen gefinancierd onderzoek en in overeenstemming met de leden 3 bis, 3 ter en 3 sexies.
3 quinquies.
De lidstaten dragen er zorg voor dat elke uitgevende instelling het door haar gefinancierd onderzoek, als bedoeld in lid 3 ter van dit artikel, kan indienen bij de relevante verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad (2).
Bij het indienen van dat onderzoek bij de verzamelende instantie zorgt de uitgevende instelling ervoor dat het onderzoek vergezeld gaat van metagegevens die specificeren dat de informatie voldoet aan de EU-gedragscode voor door uitgevende instellingen gefinancierd onderzoek. Dergelijk onderzoek wordt niet beschouwd als gereglementeerde informatie in de zin van Richtlijn 2004/109/EG, noch onderzoek op beleggingsgebied in de zin van deze richtlijn en is derhalve niet onderworpen aan dezelfde mate van regelgevingstoetsing als gereglementeerde informatie of onderzoek op beleggingsgebied.
3 sexies.
Bij onderzoek dat wordt aangemerkt als ‘door een uitgevende instelling gefinancierd onderzoek’ moet op de voorpagina op duidelijke en opvallende wijze worden vermeld dat het is opgesteld in overeenstemming met de EU-gedragscode voor door uitgevende instellingen gefinancierd onderzoek. Elk ander onderzoeksmateriaal dat geheel of gedeeltelijk door de uitgevende instelling wordt gefinancierd, maar dat niet in overeenstemming met die EU-gedragscode voor door uitgevende instellingen gefinancierd onderzoek is opgesteld, wordt als een reclame-uiting aangemerkt.
4.
Aan cliënten of potentiële cliënten wordt tijdig passende informatie verstrekt over de beleggingsonderneming en haar diensten, de financiële instrumenten en de voorgestelde beleggingsstrategieën, plaatsen van uitvoering en alle kosten en bijbehorende lasten. Deze informatie omvat met name:
- a)
bij het verstrekken van beleggingsadvies moet de beleggingsonderneming, geruime tijd voordat het advies wordt verstrekt, de cliënt laten weten:
- i)
of het advies al dan niet op onafhankelijke basis wordt verstrekt;
- ii)
of het advies op een brede dan wel beperktere analyse van verschillende soorten financiële instrumenten is gebaseerd en, in het bijzonder of het gamma beperkt is tot financiële instrumenten die worden uitgegeven of verstrekt door entiteiten die nauwe banden met de beleggingsonderneming hebben of er in een ander juridisch of economisch verband mee staan, zoals een contractueel verband, dat zo nauw is dat het risico bestaat dat dit afbreuk doet aan de onafhankelijke basis van het verstrekte advies;
- iii)
of de beleggingsonderneming de cliënt een periodieke beoordeling verstrekt van de geschiktheid van de financiële instrumenten die zij aan die cliënt heeft aanbevolen;
- b)
de informatie over de financiële instrumenten en voorgestelde beleggingsstrategieënomvatten passende toelichting en waarschuwingen over de risico's verbonden aan beleggingen in deze instrumenten of aan bepaalde beleggingsstrategieën en of het financiële instrument bestemd is voor niet-professionele of professionele cliënten, rekening houdend met de beoogde doelmarkt overeenkomstig lid 2;
- c)
de informatie over alle kosten en bijbehorende lasten betreft zowel beleggings- als nevendiensten waartoe eveneens de kosten voor advies en, in voorkomend geval, de kosten van het financiële instrument dat aan de cliënt wordt aanbevolen of aangeboden behoren en de manier waarop de cliënt deze kan betalen, met inbegrip van eventuele betalingen door derden.
De informatie over alle kosten en lasten, met inbegrip van kosten en lasten in verband met de beleggingsdienst en het financiële instrument, die niet het gevolg zijn van de ontwikkeling van onderliggende marktrisico's, worden samengevoegd zodat de cliënt inzicht krijgt in de totale kosten, alsook in het cumulatieve effect op het rendement op de belegging, en omvat, indien de cliënt hierom verzoekt, een puntsgewijze uitsplitsing. Indien van toepassing wordt dergelijke informatie regelmatig en ten minste jaarlijks aan de cliënt verstrekt, tijdens de looptijd van de belegging.
Indien de overeenkomst tot koop of verkoop van een financieel instrument met behulp van een techniek voor communicatie op afstand wordt gesloten die verhindert dat de informatie over kosten en lasten vooraf wordt verstrekt, mag de beleggingsonderneming de informatie over kosten en lasten zonder onnodige vertraging na het sluiten van de transactie verstrekken in elektronische vorm of op papier, indien een niet-professionele cliënt daarom heeft verzocht, mits aan de twee volgende voorwaarden is voldaan:
- i)
de cliënt heeft ermee ingestemd de informatie te ontvangen zonder onnodige vertraging na het sluiten van de transactie;
- ii)
de beleggingsonderneming heeft de cliënt de mogelijkheid geboden het sluiten van de transactie uit te stellen totdat de cliënt de informatie heeft ontvangen.
Naast de vereisten van de derde alinea is de beleggingsonderneming verplicht de cliënt de mogelijkheid te bieden de informatie over kosten en lasten vóór het sluiten van de transactie telefonisch te ontvangen.
5.
De in leden 4 en 9, bedoelde informatie wordt in een begrijpelijke vorm en op zodanige wijze verstrekt dat cliënten of potentiële cliënten redelijkerwijs in staat zijn de aard en de risico's van de aangeboden beleggingsdienst en van de specifiek aangeboden categorie van financieel instrument te begrijpen en derhalve met kennis van zaken beleggingsbeslissingen te nemen. De lidstaten kunnen toestaan dat deze informatie in gestandaardiseerde vorm wordt verstrekt.
5 bis.
Beleggingsondernemingen verstrekken alle op grond van deze richtlijn te verstrekken informatie aan cliënten of potentiële cliënten in elektronische vorm, behalve wanneer de cliënt of potentiële cliënt een niet-professionele cliënt of potentiële niet-professionele cliënt is die heeft verzocht om de informatie op papier te ontvangen, in welk geval die informatie op papier en kosteloos wordt verstrekt.
Beleggingsondernemingen delen niet-professionele cliënten of potentiële niet-professionele cliënten mee dat zij de mogelijkheid hebben de informatie op papier te ontvangen.
Beleggingsondernemingen delen de bestaande niet-professionele cliënten die de op grond van deze richtlijn te verstrekken informatie op papier ontvangen, mee dat zij die informatie in elektronische vorm zullen ontvangen, ten minste acht weken voordat die informatie in elektronische vorm zal worden verzonden. Beleggingsondernemingen delen die bestaande niet-professionele cliënten mee dat zij de keuze hebben om hetzij de informatie op papier te blijven ontvangen, hetzij over te stappen op informatie in elektronische vorm. Beleggingsondernemingen delen de bestaande niet-professionele cliënten ook mee dat een automatische overstap naar de elektronische vorm zal plaatsvinden indien zij niet binnen die termijn van acht weken hebben verzocht om de informatie op papier te blijven ontvangen. Dit hoeft niet te worden meegedeeld aan de bestaande niet-professionele cliënten die de op grond van deze richtlijn te verstrekken informatie reeds in elektronische vorm ontvangen.
6.
Indien een beleggingsdienst wordt aangeboden als onderdeel van een financieel product dat reeds ressorteert onder andere bepalingen van het recht van de Unie betreffende kredietinstellingen en consumentenkredieten ter zake van informatievereisten, zijn de verplichtingen van de leden 3, 4 en 5 niet eveneens van toepassing op deze dienst.
7.
Indien een beleggingsonderneming de cliënt meedeelt dat beleggingsadvies op onafhankelijke basis wordt verstrekt, geldt het volgende:
- a)
de onderneming beoordeelt een voldoende groot aantal op de markt verkrijgbare financiële instrumenten die voldoende divers moeten zijn wat type en emittenten of productaanbieders betreft om ervoor te zorgen dat de beleggingsdoelstellingen van de cliënt naar behoren kunnen worden gerealiseerd en die niet beperkt mogen zijn tot financiële instrumenten die worden uitgegeven of verstrekt;
- i)
door de beleggingsonderneming zelf of door entiteiten die nauwe banden met de beleggingsonderneming hebben; of
- ii)
andere entiteiten waarmee de beleggingsonderneming in een zodanig nauw juridisch of economisch verband staat, zoals een contractueel verband, dat het risico bestaat dat dit afbreuk doet aan de onafhankelijke basis van het verstrekte advies;
- b)
met betrekking tot de dienstverlening aan cliënten aanvaardt en behoudt de beleggingsonderneming geen provisies, commissies of geldelijke of niet-geldelijke tegemoetkomingen die worden betaald of verstrekt door een derde partij of persoon die voor rekening van een derde partij handelt. Kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen die de kwaliteit van de aan de cliënt geboden dienst kunnen verhogen en van zodanige omvang en aard zijn dat zij niet kunnen worden geacht afbreuk te doen aan de plicht van de beleggingsonderneming om te handelen in het belang van de cliënt, moeten duidelijk bekend worden gemaakt en zijn van deze bepaling uitgesloten.
8.
Bij het verrichten van vermogensbeheer aanvaardt en behoudt de beleggingsonderneming met betrekking tot de dienstverlening aan cliënten geen provisies, commissies of geldelijke of niet-geldelijke tegemoetkomingen die worden betaald of verstrekt door een derde partij of persoon die voor rekening van een derde partij handelt. Kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen die de kwaliteit van de aan de cliënt geboden dienst kunnen verhogen en van zodanige omvang en aard zijn dat zij niet kunnen worden geacht afbreuk te doen aan de plicht van de beleggingsonderneming om te handelen in het belang van de cliënt, worden duidelijk bekendgemaakt en zijn van dit lid uitgesloten.
9.
De lidstaten waarborgen dat beleggingsondernemingen niet aan hun verplichtingen overeenkomstig artikel 23 of overeenkomstig lid 1 van dit artikel hebben voldaan indien zij een provisie of commissie betalen of ontvangen, dan wel een niet-geldelijke tegemoetkoming ontvangen in verband met de verlening van een beleggingsdienst of een nevendienst, aan of van een ander dan de cliënt of een persoon die voor rekening van de cliënt handelt, anders dan indien de betaling of de tegemoetkoming:
- a)
bedoeld is om de kwaliteit van de aan de klant verleende dienst te verhogen; en
- b)
geen afbreuk doet aan de plicht van de beleggingsonderneming om zich op eerlijke, billijke en professionele wijze in te zetten voor de belangen van haar cliënten.
Vóór de verlening van de desbetreffende beleggings- of nevendienst moet de cliënt op uitvoerige, accurate en begrijpelijke wijze mededeling worden gedaan van het bestaan, de aard en het bedrag van de betaling of de tegemoetkoming zoals bedoeld in de eerste alinea of, wanneer het bedrag niet kan worden achterhaald, van de wijze van berekening van dit bedrag. Indien van toepassing, brengt de beleggingsonderneming de cliënt eveneens op de hoogte van mechanismen voor het doorgeven aan de cliënt van de provisie, de commissie, de geldelijke of de niet-geldelijke tegemoetkoming ontvangen in het kader van de verlening van de beleggings- of nevendienst.
De betaling of tegemoetkoming die de verlening van beleggingsdiensten mogelijk maakt of daarvoor noodzakelijk is, zoals bewaarloon, afwikkelings- en beursvergoedingen en wettelijke heffingen of juridische kosten, en die naar hun aard niet onverenigbaar zijn met de plicht van de beleggingsonderneming om zich op eerlijke, billijke en professionele wijze in te zetten voor de belangen van haar cliënten, is niet onderworpen aan de in de eerste alinea opgenomen vereisten.
9 bis.
De verstrekking van onderzoek door derden aan een beleggingsonderneming die de beleggingsdienst vermogensbeheer of andere beleggings- of nevendiensten aan cliënten verleent, wordt geacht te voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van lid 1 indien:
- a)
er een overeenkomst is gesloten tussen de beleggingsonderneming en de derde verstrekker van uitvoeringsdiensten en onderzoek waarin een methode voor de vergoeding wordt vastgelegd, met inbegrip van de wijze waarop de totale onderzoekskosten in het algemeen in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de totale kosten voor beleggingsdiensten;
- b)
de beleggingsonderneming haar cliënten informeert over haar keuze om ofwel gezamenlijk ofwel afzonderlijk voor uitvoeringsdiensten en onderzoek te betalen en haar beleid inzake betalingen voor uitvoeringsdiensten en onderzoek beschikbaar stelt, met inbegrip van het soort informatie dat kan worden verstrekt afhankelijk van de door de onderneming gekozen betalingsmethode en, indien relevant, hoe de beleggingsonderneming belangenconflicten op grond van artikel 23 voorkomt of beheerst bij de toepassing van een gezamenlijke betalingsmethode voor uitvoeringsdiensten en onderzoek;
- c)
de beleggingsonderneming jaarlijks de kwaliteit, bruikbaarheid en waarde van het gebruikte onderzoek beoordeelt, alsook het vermogen van het gebruikte onderzoek om bij te dragen tot betere beleggingsbeslissingen. ESMA ontwikkelt richtsnoeren voor beleggingsondernemingen voor het verrichten van die beoordelingen;
- d)
wanneer de beleggingsonderneming ervoor kiest om afzonderlijk te betalen voor uitvoeringsdiensten en onderzoek door derden, zij het door derden verricht onderzoek ontvangt in ruil voor:
- i)
directe betalingen door de beleggingsonderneming uit haar eigen middelen, of
- ii)
betalingen uit een afzonderlijke betaalrekening voor onderzoek die onder controle van de beleggingsonderneming staat.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onderzoek begrepen als onderzoeksmateriaal of -diensten met betrekking tot een of meer financiële instrumenten of andere activa, of emittenten of potentiële emittenten van financiële instrumenten, of als onderzoeksmateriaal of -diensten die nauw verband houden met een specifieke bedrijfssector of markt zodat hiermee wordt bijgedragen tot de opinievorming over financiële instrumenten, activa of emittenten binnen die bedrijfssector of markt.
Onderzoek omvat ook materiaal of diensten die een expliciete of impliciete aanbeveling of suggestie inhouden voor een beleggingsstrategie en gefundeerd advies bieden over de huidige of toekomstige waarde of prijs van financiële instrumenten of activa; het kan ook analyses en originele inzichten bevatten en tot conclusies komen op basis van nieuwe of bestaande informatie die bruikbaar is voor de inhoudelijke ondersteuning van de beleggingsstrategie en die van belang is alsook in staat is om waarde toe te voegen aan de beslissingen van de beleggingsonderneming namens de cliënten die dit onderzoek vergoeden.
Voor de toepassing van dit artikel worden handelscommentaar en andere handelsadviesdiensten op maat die onlosmakelijk verbonden zijn aan de uitvoering van een transactie in financiële instrumenten niet als onderzoek beschouwd.
Wanneer een beleggingsonderneming onderzoek ontvangt van een onderzoeksaanbieder die geen uitvoeringsdiensten verleent en geen deel uitmaakt van een financiëledienstverleningsgroep die een beleggingsonderneming omvat die uitvoerings- of makelaarsdiensten aanbiedt, wordt het verstrekken van dergelijk onderzoek aan de beleggingsonderneming geacht te voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van lid 1. In dergelijke gevallen voldoet de beleggingsonderneming aan het vereiste van de eerste alinea, punt c), van dit lid.
Voor zover zij daarvan op de hoogte zijn, houden beleggingsondernemingen een register bij van de totale kosten voor onderzoek door derden dat hun is verstrekt. Op verzoek wordt dergelijke informatie jaarlijks ter beschikking gesteld van de cliënten van de beleggingsonderneming.
Uiterlijk op 5 december 2028 stelt ESMA een verslag op met een alomvattende evaluatie van de marktontwikkelingen op het gebied van onderzoek in de zin van dit artikel. Die evaluatie heeft ten minste betrekking op de reikwijdte van het onderzoek naar beursgenoteerde ondernemingen, de ontwikkeling van de kosten en de kwaliteit van dat onderzoek, de gevolgen van gezamenlijke betalingen voor de kwaliteit van de uitvoering, het aandeel van afzonderlijke en gezamenlijke betalingen die beleggingsondernemingen verrichten aan derden voor uitvoeringsdiensten en onderzoek, en de mate waarin wordt voldaan aan de vraag naar onderzoek van beleggers en andere kopers.
Op basis van dat verslag kan de Commissie, indien passend, een wetgevingsvoorstel aan het Europees Parlement en de Raad voorleggen tot wijziging van de regels inzake onderzoek van deze richtlijn.
10.
Een beleggingsonderneming die cliënten beleggingsdiensten verleent, zorgt ervoor dat zij de prestaties van haar personeel niet zodanig beloont of beoordeelt dat er conflicten ontstaan met haar plicht in het belang van haar cliënten te handelen. Met name hanteert zij op beloningsgebied, op het gebied van verkoopdoelen of op ander gebied geen regeling die haar personeel ertoe kan aanzetten een niet-professionele cliënt een bepaald financieel instrument aan te bevelen, terwijl de beleggingsonderneming een ander financieel instrument zou kunnen aanbieden dat beter aan de behoeften van de desbetreffende cliënt zou voldoen.
11.
Indien een beleggingsdienst samen met een andere dienst of een ander product wordt aangeboden als onderdeel van een pakket of als voorwaarde waarvan de overeenkomst of dat pakket afhankelijk wordt gesteld, deelt de beleggingsonderneming aan de cliënt mee of het mogelijk is de verschillende componenten afzonderlijk te kopen en voorziet zij in een apart bewijsstuk van de kosten van elke component.
Indien de kans bestaat dat de risico's die uit die overeenkomst of dat pakket, aangeboden aan een niet-professionele cliënt, voortvloeien, verschillen van de risico's die aan de verschillende componenten afzonderlijk verbonden zijn, geeft de beleggingsonderneming een adequate beschrijving van de verschillende componenten van de overeenkomst of het pakket en van de wijze waarop de interactie ervan de risico's wijzigt.
ESMA ontwikkelt, in samenwerking met EBA en EIOPA uiterlijk op 3 januari 2016 richtsnoeren voor de beoordeling van en het toezicht op koppelverkoop, waarin met name wordt aangegeven in welke situaties koppelverkoop in strijd is met de in lid 1 vastgestelde verplichtingen, en werkt deze richtsnoeren periodiek bij.
12.
De lidstaten kunnen, in uitzonderlijke gevallen, aan beleggingsondernemingen aanvullende eisen opleggen ten opzichte van de in dit artikel bedoelde zaken. Dergelijke eisen moeten objectief gerechtvaardigd en evenredig zijn teneinde specifieke risico's voor de bescherming van de belegger of voor de integriteit van de markt die van bijzonder belang zijn in de omstandigheden die eigen zijn aan de marktstructuur van de desbetreffende lidstaat, te ondervangen.
De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van alle eisen die zij overeenkomstig dit lid willen opleggen, en wel ten minste twee maanden voor de datum waarop deze van kracht moeten worden. De kennisgeving bevat een motivering van elk van deze eisen. De in de artikelen 34 en 35 van deze richtlijn beschreven rechten van beleggingsondernemingen worden niet beperkt of anderszins aangetast door dergelijke aanvullende eisen.
De Commissie geeft binnen twee maanden na de in de tweede alinea bedoelde kennisgeving advies over de evenredigheid en de motivering van de aanvullende eisen.
De Commissie geeft de overeenkomstig dit lid opgelegde aanvullende eisen door aan de lidstaten en publiceert deze op haar website.
De lidstaten mogen aanvullende eisen handhaven die aan de Commissie zijn medegedeeld overeenkomstig artikel 4 van de Richtlijn 2006/73/EG vóór 2 juli 2014, voor zover is voldaan aan de in dat artikel gestelde voorwaarden.
13.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast te stellen die ten doel hebben dat beleggingsondernemingen de in dit artikel neergelegde beginselen in acht nemen wanneer zij beleggingsdiensten of nevendiensten verlenen aan hun cliënten, waaronder:
- a)
de voorwaarden waaraan de informatie moet voldoen om correct, duidelijk en niet misleidend te zijn;
- b)
de bijzonderheden over de inhoud en de vorm van informatie aan cliënten met betrekking tot categorisering van cliënten, beleggingsondernemingen en hun diensten, financiële instrumenten, kosten en lasten;
- c)
de criteria voor de beoordeling van een reeks op de markt beschikbare financiële instrumenten;
- d)
de criteria om te beoordelen of ondernemingen die daartoe worden aangespoord, voldoen aan de verplichting op eerlijke, billijke en professionele wijze te handelen in het belang van de cliënt.
Bij het opstellen van de vereisten voor informatie over financiële instrumenten in verband met lid 4, onder b), moet informatie worden opgenomen over de structuur van het product, indien van toepassing, rekening houdend met elke vorm van relevante gestandaardiseerde informatie zoals vereist uit hoofde van het recht van de Unie.
14.
In de in lid 13 bedoelde gedelegeerde handelingen wordt rekening gehouden met het volgende:
- a)
de aard van de aan de cliënt of potentiële cliënt aangeboden of verstrekte dienst(en), rekening houdend met de soort, het voorwerp, de omvang en de frequentie van de transacties;
- b)
de aard en de verscheidenheid van de aangeboden of in overweging genomen producten, met inbegrip van verschillende soorten financiële instrumenten;
- c)
de niet-professionele of professionele aard van de cliënt of potentiële cliënten, dan wel, in het geval van de leden 4 en 5, de classificatie ervan als in aanmerking komende tegenpartijen.
Voetnoten
Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie van 25 april 2016 houdende aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn (PB L 87 van 31.3.2017, blz. 1).
Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot oprichting van een Europees centraal toegangspunt dat gecentraliseerde toegang biedt tot voor financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid relevante publiek beschikbare informatie (PB L, 2023/2859, 20.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2859/oj).