FED 2019/130
Omvang kleinschaligheidsinvesteringsaftrek bij gelijktijdige investeringen in tot maatschapsvermogen behorende bedrijfsmiddelen als in buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen van de belastingplichtige.
HR 24-05-2019, ECLI:NL:HR:2019:785, m.nt. M. Robben
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 mei 2019
- Magistraten
Mrs. Koopman, Punt, Van Loon, Van Kalmthout, Faase
- Zaaknummer
18/00135
- Noot
M. Robben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS86021:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:785, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑05‑2019
ECLI:NL:PHR:2018:833, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑07‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑02‑2018
- Wetingang
Art. 3.41 Wet IB 2001
Essentie
Omvang kleinschaligheidsinvesteringsaftrek bij gelijktijdige investeringen in tot maatschapsvermogen behorende bedrijfsmiddelen als in buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen van de belastingplichtige.
Samenvatting
Belanghebbende participeert met vijf andere maten in een maatschap. De maten nemen ieder deel in de maatschap voor één zesde deel. De maatschap heeft in 2013 een bedrag van € 40.517 geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen. Daarnaast heeft belanghebbende zelf geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel van € 56.515. Dit geldt als buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen. In cassatie was in geschil op welk bedrag aan kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) belanghebbende aanspraak kon maken. Volgens de Hoge Raad dient de omvang van de KIA te worden bepaald aan de hand van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.