Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/4.1:4.1 Inleiding
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958078:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk komt allereerst een aantal algemene leerstukken aan de orde die bij het opzetten van een beheerstructuur een rol spelen. Deze algemene leerstukken stellen de randvoorwaarden op waarbinnen een structuur zich in elk geval zal moeten bevinden. Dit betreffen de leerstukken van het fiduciaverbod (art. 3:84 lid 3 BW), de redelijkheid en billijkheid en misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW) en strijd met goede zeden en openbare orde (art. 3:40 BW).
In hoofdstuk 1 werd al aangegeven dat Nederland geen algemeen wettelijke regeling kent die het beheer van (familie)vermogen regelt. Om die reden wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan de ontwikkeling van beheer vanaf de tweede helft van de vorige eeuw en beheerovereenkomsten in het algemeen. Daarna wordt op twee beheerstructuren dieper ingegaan, te weten certificering van vermogen en fonds voor gemene rekening. Omdat beide structuren uitgaan van een overeenkomst, wordt eerst aandacht besteed aan de totstandkoming van beheerovereenkomsten in het algemeen. Vervolgens worden certificering van vermogen en fonds voor gemene rekening omschreven.