Gst. 2021/103
Het beleid voor het verlenen van privaatrechtelijke toestemming voor het exploiteren van winkels op verzorgingsplaatsen is een vergunningstelsel in de zin van de Dienstenrichtlijn. Geen dwingende redenen van algemeen belang.
Rb. Den Haag 14-04-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:3894, m.nt. W. Lever
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
14 april 2021
- Magistraten
Mrs. L. Alwin, R.C. Hartendorp en C.J-A. Seinen
- Zaaknummer
C/09/555491 / HA ZA 18-726
- Noot
W. Lever
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS275961:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Vermogensrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
EU-recht / Marktintegratie
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2021:3894, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 14‑04‑2021
- Wetingang
Essentie
Het beleid voor het verlenen van privaatrechtelijke toestemming voor het exploiteren van winkels op verzorgingsplaatsen is een vergunningstelsel in de zin van de Dienstenrichtlijn. Geen dwingende redenen van algemeen belang.
Samenvatting
De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of het in de Kennisgeving 2013 neergelegde beleid voor het verlenen van privaatrechtelijke toestemming voor het exploiteren van een winkel op een verzorgingsplaats een vergunningsstelsel in zin van Dienstenrichtlijn betreft. Deze vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. De Dienstenrichtlijn is op 28 december 2006 in werking getreden. De richtlijn was dus van kracht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.