Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.4.10:4.4.10 Tussenconclusie ten aanzien van de kwalificatie van de 403-verklaring en de daaruit voortvloeiende rechten
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.4.10
4.4.10 Tussenconclusie ten aanzien van de kwalificatie van de 403-verklaring en de daaruit voortvloeiende rechten
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648880:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit vorenstaande paragrafen wordt duidelijk dat het nog niet zo eenvoudig is om de 403-verklaring en de daaruit voortvloeiende rechtsgevolgen juridisch te duiden.
In dit hoofdstuk wordt volstaan met de constatering wat de heersende opvatting is. De heersende opvatting is dat een 403-verklaring een eenzijdige ongerichte rechtshandeling is op basis waarvan wordt aangenomen dat de consoliderende rechtspersoon hoofdelijk is gebonden naast de vrijgestelde rechtspersoon voor schulden van de vrijgestelde rechtspersoon die voortvloeien uit rechtshandelingen. De hoofdelijke verbondenheid komt direct door het afleggen van een eenzijdige rechtshandeling tot stand. Het gevolg daarvan is dat de regels van hoofdelijkheid onverkort van toepassing zijn op de rechtsverhouding waarin de consoliderende rechtspersoon, de vrijgestelde rechtspersoon en de schuldeiser tot elkaar verbonden zijn. Dit brengt tevens met zich dat er meerdere zelfstandige vorderingsrechten bestaan. Op basis van de hoofdelijkheid zijn er evenveel (zelfstandige) vorderingsrechten als dat er schuldenaren zijn.
Er kunnen echter kanttekeningen worden geplaatst bij voornoemde heersende opvatting. Met name in hoofdstuk 7 en 9 zal hier dieper op in worden gegaan. In de navolgende hoofdstukken, waarin onder andere de toepassing van de groepsvrijstellingsregeling onder de loep zal worden genomen, zal van de heersende opvatting worden uitgegaan.