NJ 1923, p. 833
Faillissement van een faillissementscurator als zoodanig?
HR 26-04-1923, ECLI:NL:HR:1923:176 (Faillissement Blauwhoff)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 april 1923
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Hesse, Kosters, Ort en van den Dries
- Zaaknummer
[26041923/NJ_1923,_p._833]
- Conclusie
Mr. Besier
- Roepnaam
Faillissement Blauwhoff
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1923:176, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑04‑1923
- Wetingang
Essentie
Faillissement van een faillissementscurator als zoodanig?
Samenvatting
[Iemand, onder wien door een faillissementscurator ten onrechte beslag was gelegd en die de deswege verschuldigde schadevergoeding niet betaald kreeg, vroeg het faillissement van den curator als zoodanig aan. Hij stelde, geen vordering te hebben op den gefailleerde, maar op den curator en voorts, dat hem geen andere weg open stond, omdat hij geen recht van verzet tegen de uitdeelingslijst had. Rechtb. en Hof oordeelden zijn verzoek niet-ontvankelijk. ]
Het aangevraagde faillissement is onbestaanbaar met het stelsel van de faillissementswet, volgens hetwelk het faillissement is een gerechtelijk beslag op het geheele ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.