NJ 2025/100
Procesrecht. Verlenen akte niet-dienen. Internetstoring grond voor verschoonbare termijnoverschrijding indiening incidentele memorie tot aanhouding (art. 8 Besluit elektronisch procederen)? Incidentele vordering eerst en vooraf beslist? (art. 209 Rv).
HR 26-05-2023, ECLI:NL:HR:2023:776, m.nt. A.I.M. van Mierlo
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 mei 2023
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, K. Teuben
- Zaaknummer
22/00225
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- Noot
A.I.M. van Mierlo
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD8409:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:776, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1139, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑12‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑03‑2022
- Wetingang
Samenvatting
Voor het geval waarin een processtuk of bericht via de ‘veilig mailen voorziening van de Rechtspraak’ wordt ingediend en deze indiening als gevolg van een verstoring te laat plaatsvindt, leent art. 8 van het Besluit elektronisch procederen (Bep) zich voor overeenkomstige toepassing. Art. 8 Bep bepaalt dat als op de laatste dag van een voor de indiener geldende termijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.