Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/8.3:8.3 SCHEMATISCH OVERZICHT
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/8.3
8.3 SCHEMATISCH OVERZICHT
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS603550:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onderwerp
BW/Fw
Iw 1990/Leidraad/Awb
Aanbeveling
Wie kan/kunnen tot verrekening overgaan?
Beide partijen, door het uitbrengen van een verrekeningsverklaring (artikel 6:127 lid 1 BW).
Alleen de ontvanger kan tot verrekening overgaan, door het uitbrengen van een verrekeningsverklaring (niet constitutief). Op verzoek van de belastingschuldige is de ontvanger verplicht te verrekenen (artikel 24 lid 1, zesde volzin, Iw 1990).
Beide partijen kunnen tot verrekening overgaan.
Moet verrekening bekend worden gemaakt?
Ja
Nee, volgens artikel 24 lid 8 Iw 1990 maakt de ontvanger de verrekening onverwijld bekend, maar dit geldt volgens de wetgever niet als constitutief vereiste.
Verrekening moet pas mogelijk zijn vanaf het moment van de bekendmaking daarvan aan de wederpartij.
Kan de werking aan een verrekeningsverklaring worden ontnomen?
Ja, de mogelijkheid om aan een verrekeningsverklaring de werking te ontnemen is op diverse plaatsen geregeld: zie de artikelen 6:132, 133, 137 lid 2 en 138 lid 2 BW.
Niet geregeld. Een dergelijke regeling zou niet in artikel 24 Iw 1990) passen, omdat daarin alleen de ontvanger tot verrekening kan overgaan. Bij bezwaar tegen verrekening moet de belastingplichtige via het civiele recht bezwaar maken (artikel 1 lid 2 Iw 1990 jo artikel 4:125 Awb).
Ja, conform de BW-regels.
Tijdstip van verrekening
Het tijdstip waarop de bevoegdheid tot verrekening is ontstaan (artikel 6:129 lid 1 BW). Is reeds rente voldaan, dan werkt de verrekening niet verder terug dan tot het einde van de laatste termijn waarover rente is voldaan (artikel 6:129 lid 2 BW).
De dagtekening van het aanslagbiljet waaruit van het uit te betalen bedrag blijkt (artikel 24 lid 1, zevende volzin, Iw 1990). Met betrekking tot verrekening van een termijn van een voorlopige aanslag geldt als tijdstip van verrekening het tijdstip waarop deze termijn vervalt (artikel 24 lid 1, achtste volzin, Iw 1990).
Aansluiten bij dagtekening aanslagbiljet indien de vordering op de fiscus een belastingvordering is, mits er een korte termijn zit tussen het vaststellen van de aanslag en de dagtekening daarvan.
Verrekeningsvereisten
– Wederkerig schuldenaarschap(artikel 6:127 lid 2 BW).
– Twee uitzonderingen op het wederkerig schuldenaarschap: (1) de ontvanger mag ook andere belastingen dan rijksbelastingen en andere heffingen in verrekening brengen, voor zover de invordering daarvan aan hem is opgedragen (artikel 24 lid 1, eerste volzin, Iw 1990); (2) de ontvanger mag verrekening toepassen binnen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (artikel 24 lid 1, vierde en vijfde volzin, Iw 1990).
Wederkerig schuldenaarschap zonder uitzondering toepassen. Wel rekening houden met EURichtlijn 2010/24 i.v.m. belastingvorderingen uit andere EUlidstaten.
– Gelijksoortigheid (artikel 6:127 lid 2 BW)
– Moet gaan om uit te betalen en te innen bedragen ex artikel 24 lid 1, eerste volzin, Iw 1990.
De BW-regels volgen.
– De schuld is betaalbaar (artikel 6:127 lid 2 BW), maar hoeft nog niet opeisbaar te zijn.
– de belastingschuld moet zijn geformaliseerd in een negatieve aanslag.
Idem als de Iw 1990, tenzij de schuld van de fiscus geen belastingschuld is.
– De vordering is afdwingbaar (artikel 6:127 lid 2 BW)
– De ontvanger mag al verrekenen voordat de aanslag, waarmee hij wil verrekenen invorderbaar is (artikel 24 lid 2 Iw), tenzij: een betalingsregeling of artikel 53 lid 1 Iw 1990.
Uitgaan van afdwingbaarheid conform de BWregels.
– Identiteit van vermogens (artikel 6:127 lid 3 BW)
– Is verdisconteerd in artikel 24 Iw 1990.
Specifiek vastleggen in BW.
– Liquiditeitsvereiste (artikel 6:136 BW jo 53 lid 3 Fw)
– Is niet van toepassing.
Hoeft niet specifiek geregeld.
Toepasselijkheid BW
Ja
Nee, dat volgt uit artikel 4:93 lid 1 Awb.
Ja, BW volledig van toepassing met enkele flankerende regels.
Toepasselijkheid Fw
Ja
Ja, artikel 24 lid 1, derde volzin, Iw 1990 (zie echter de vijfde volzin).
Ja, zonder uitzonderingen.
Is verrekening tijdens faillissement, surseance van betaling of schuldsanering natuurlijke personen geregeld?
Ja (artikelen 53-54, 234, 235 en 307 Fw).
Dan is artikel 24 Iw 1990 niet toepassing, behalve bij verrekening bij een fiscale eenheid vennootschapsbelasting (artikel 24 lid 1, vijfde volzin, Iw 1990).
De Fw dient zonder uitzonderingen van toepassing te zijn op verrekening door de fiscus.
Verrekening bij overdracht of verpanding
Is mogelijk, mits de tegenvordering uit dezelfde rechtsverhouding als de overgegane of verpande vordering voortvloeit of reeds vóór de overgang of verpanding (met mededeling) aan hem is opgekomen en opeisbaar geworden (artikel 6:130 lid1 en 2 BW), tenzij de overgang of verpanding een vordering aan toonder of order betreft waarvoor de overdracht of verpanding is geschied overeenkomstig artikel 3:93 BW (artikel 6:130 lid 3 BW). De bepaling is niet alleen van toepassing op verpanding maar ook op de vestiging van andere beperkte rechten.
Verrekening is niet mogelijk met betrekking tot een door de ontvanger uit te betalen bedrag indien deze is overgedragen of (stil) verpand, mits de ontvanger hiermee heeft ingestemd. De ontvanger is verplicht in te stemmen indien op het tijdstip van de mededeling van de overdracht of verpanding ten name van de belastingschuldige geen voor verrekening vatbare schuld invorderbaar is (artikel 24 lid 4 Iw 1990). Ook na instemming is verrekening nog mogelijk bij een betalingskorting en ten aanzien van belastingaanslagen die een uit te betalen bedrag behelzen met belastingaanslagen die op dezelfde belasting en hetzelfde tijdvak betrekking hebben (artikel 24 lid 5, onderdeel a-c, Iw 1990).
Conform artikel 6:130 BW.
Verrekening bij derdenbeslag
Verrekening is mogelijk, mits de tegenvordering uit dezelfde rechtsverhouding als de beslagen vordering voortvloeit of reeds vóór de beslaglegging aan hem is opgekomen en opeisbaar geworden (artikel 6:130 lid 2 BW).
Het is onduidelijk of dit kan. In artikel 24 Iw 1990 wordt het niet expliciet geregeld. De wetgever van de Iw 1990 gaat ervan uit dat de fiscus ondanks een derdenbeslag mag verrekenen.
Conform artikel 6:130 lid 2 BW.
Verrekening bij beslagverbod
Is niet mogelijk (artikel 6:135 sub a BW).
Is wel mogelijk volgens artikel 24 lid 9 Iw 1990 bij een voorlopige teruggaaf. Belastingplichtige kan zich hiertegen verzetten als beslagvrije voet wordt aangetast (artikel 24.1.1 Leidraad 2008).
Niet mogelijk conform artikel 6:135 sub a BW.
Verrekening bij opzettelijk toegebrachte schade
Is niet mogelijk (artikel 6:135 sub b BW).
Is niet geregeld.
Niet mogelijk conform artikel 6:135 sub b BW.
Verrekening bij uitstel van betaling of uitstel van executie
Is mogelijk (artikel 6:131 lid 2 BW).
De ontvanger kan verrekenen als de financiële situatie van de belastingschuldige zodanig is dat vrees voor onverhaalbaarheid ontstaat (artikel 24.2 Leidraad 2008). Verrekening bij uitstel van executie is niet geregeld.
De BW-regels volgen met handhaving uitstelregels Leidraad 2008. De BW-regels volgen.
Imputatievolgorde bij verrekening
Voor zover een verrekeningsverklaring onvoldoende aangeeft welke verbintenissen in de verrekening zijn betrokken, geldt de volgorde van toerekening aangegeven in de artikelen 6:43 lid 2 en 6:44 lid 1 BW (artikel 6:137 lid 1 BW). Wijkt de toerekening in de verrekeningsverklaring af van de volgorde van artikel 6:44 lid 1 BW, dan kan de wederpartij door een onverwijld protest aan de verklaring haar werking ontnemen (artikel 6:137 lid 2 BW).
De Iw 1990 kent wel een regeling voor de toerekening van betalingen (artikel 7 Iw 1990), maar die wordt niet van overeenkomstige toepassing verklaard op artikel 24 Iw 1990.
Imputatie conform het BW, waarbij de belastingplichtige de mogelijkheid moet hebben zelf de verrekeningsvolgorde te bepalen.
Verrekening na verjaring
De bevoegdheid tot verrekening eindigt niet door verjaring (artikel 6:131 lid 1 BW). De schuldeiser van een verjaarde vordering kan zich niet op verrekening beroepen, tenzij hij ten tijde van de verjaring reeds bevoegd was een beroep op verrekening te doen.
Het recht tot verrekening met betrekking tot een belastingaanslag verjaart voor de fiscus op de voet van artikel 4:104 Awb. De verlengingsgronden van de verjaring staan vermeld in artikel 4:111 Awb Heeft de belastingplichtige een recht tot verrekening jegens een bestuursorgaan (zoals de fiscus), dan eindigt dat recht niet door verjaring van de rechtsvordering (artikel 4:108 Awb). Hier doet zich het probleem voor dat de belastingplichtige jegens de fiscus niet zelf tot verrekening kan overgaan. Daardoor is niet duidelijk of (en hoe) de belastingplichtige van deze bevoegdheid gebruik kan maken (als hij dat al wil).
Handhaven verjaringsregeling Awb.
Contractuele verrekening
Is mogelijk. De artikelen 6:127 e.v. BW vormen regelend recht.
Lijkt in strijd met het gesloten systeem van artikel 24 Iw 1990, maar komt in praktijk wel voor.
Mogelijk, mits de afspraak past binnen het fiscaalrechtelijke systeem en niet strijdig is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.