NJB 2024/1425:Uitreiking van de dagvaarding in gevallen waarin de verdachte niet is ingeschreven in de basisregistratie personen, niet in Nederland is gedetineerd en van hem ook niet een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland, maar wel een adres in het buitenland bekend is, art. 36e lid 3 Sv: de Hoge Raad zet het kader uiteen. In casu kon het hof oordelen dat met het rechtstreeks toezenden van de dagvaarding naar het door de verdachte opgegeven woonadres in België, de betekening van de dagvaarding rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. Uit de regeling van art. 36e lid 3 Sv jo art. 5 EURechtshulpovereenkomst volgt niet dat, in het geval dat het rechtstreeks toegezonden gerechtelijke stuk als onbestelbaar retour komt, dit stuk alsnog door bemiddeling van de bevoegde autoriteiten van die andere lidstaat moet worden toegezonden, wil de betekening rechtsgeldig zijn. Deze omstandigheid kan echter – als de verdachte niet aanwezig is en evenmin een gemachtigd raadsman – wel van betekenis zijn voor de beslissing of verstek wordt verleend. De Hoge Raad zet het kader uiteen dat daarvoor van belang is. In casu had het hof het onderzoek op de terechtzitting moeten schorsen en de oproeping voor de nadere terechtzitting overeenkomstig art. 5 lid 2 EU-Rechtshulpovereenkomst moeten doen toezenden aan de verdachte.