Belastingadvies 2025/7.6
Pensioen en lijfrente feitelijk voorwerp van zekerheid door daling privévermogen
Hof 's-Hertogenbosch 11-09-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2863
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
11 september 2024
- Zaaknummer
22/01196
- JCDI
JCDI:BSD9159:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Belastbaar loon
Inkomstenbelasting / Uitgaven voor inkomensvoorzieningen
Loonbelasting / Inhoudingsplichtige
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Loonbelasting / Pensioenregeling
Europees belastingrecht / Europese verdragsvrijheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2024:2863, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 11‑09‑2024
- Wetingang
Essentie
Een dga bouwt in zijn BV’s pensioen en lijfrente op. In 2015 hebben de BV’s een grote vordering op de dga. De BV’s hebben een te lage winstreserve om de pensioen en lijfrenten uit te keren. De dga is wegens wijziging van zijn werkzaamheden na emigratie niet meer in staat zijn schuld aan de BV’s af te lossen. Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de pensioen- en lijfrenteaanspraken feitelijk voorwerp van zekerheid zijn geworden.
Samenvatting
Een directeur-grootaandeelhouder (hierna: dga) is bestuurder en aandeelhouder van twee BV’s. Een van die BV’s houdt 100% van de aandelen in een Spaanse vennootschap. De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.