M en R 2016/64
M.e.r.-beoordeling proefboring: (mogelijke) winning terecht niet in beoordeling betrokken
RvS 27-01-2016, ECLI:NL:RVS:2016:155
- Instantie
Raad van State
- Datum
27 januari 2016
- Magistraten
Wortmann, Van den Broek en Jurgens
- Zaaknummer
201500865/1/A4
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS923704:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Milieueffectrapportage
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2016:155, Uitspraak, Raad van State, 27‑01‑2016
- Wetingang
(m.e.r.-richtlijn, bijlage II, punt 2 onder d)
Essentie
M.e.r.-beoordeling proefboring: (mogelijke) winning terecht niet in beoordeling betrokken
Samenvatting
Er is een m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen waaruit volgt dat het opstellen van een MER niet nodig is. Appellant stelt dat B&W van Westerveld bij de m.e.r.-beoordeling ook de winning had moeten betrekken. De Afdeling stelt dat de winning terecht niet in de m.e.r.-beoordeling is betrokken. Weliswaar bestaat bij vergunninghouder de wens om over te gaan tot gaswinning, maar zekerheid over de mogelijkheid daartoe bestond ten tijde van de besluitvorming in deze procedure niet. Om die zekerheid te verkrijgen, is nu juist vergunning gevraagd voor een proefboring. Of, en zo ja, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.