NJFS 2018/167
Oplegging 28 jaar en TBS met dwangverpleging in plaats van levenslang om te voorkomen dat verdachte op enig moment zonder behandeling terugkeert in maatschappij; schending art. 3 EVRM bij aanhouding; geen strafvermindering.
Rb. Midden-Nederland 17-07-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3330
- Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
- Datum
17 juli 2018
- Magistraten
Mrs. S.M. van Lieshout, E.H.M. Druijf, J.A. Spee
- Zaaknummer
16/707164-17 en 16/652376-18 (gev. ttz.) (P)
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBMNE:2018:3330, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 17‑07‑2018
- Wetingang
Art. 359 lid 5, 359a Sv; art. 3, 6 EVRM
Essentie
Beginsel behoorlijke procesorde. Straftoemeting. Zaak Anne Faber. Verdachte wordt ter zake verkrachting, vrijheidsberoving en gekwalificeerde doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 jaar en TBS met dwangverpleging. Er wordt geen levenslange gevangenisstraf opgelegd omdat dit zou kunnen betekenen dat verdachte op enig moment terugkeert in de maatschappij zonder adequate behandeling. Verdachte is direct na zijn aanhouding geblinddoekt en zonder de cautie te geven gevraagd naar de verblijfplaats van het slachtoffer waarbij gedreigd is dat een diensthond hem zou bijten. Tevens is hem schouderletsel toegebracht door het omhoogtrekken aan de geboeide armen. Dit levert weliswaar schending van art. 3 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.