Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba
Einde inhoudsopgave
Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba (BPP nr. VII) 2010/4.6.1:4.6.1 Voorstellen tot wijziging van de praktijk zonder wetswijziging
Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba (BPP nr. VII) 2010/4.6.1
4.6.1 Voorstellen tot wijziging van de praktijk zonder wetswijziging
Documentgegevens:
Mr. G.C.C. Lewin, datum 08-01-2010
- Datum
08-01-2010
- Auteur
Mr. G.C.C. Lewin
- JCDI
JCDI:ADS441421:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Hof zou een procesreglement moeten opstellen over het verzoek om vergunning voor tussentijds appel (paragraaf 2.7), het verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging (paragraaf 2.10), het verzoek om verkorting van de termijnen (paragraaf 2.17) en incidentele vorderingen in de fase voorafgaand aan toezending van de stukken aan het Hof (paragraaf 2.23).
Dit procesreglement zou moeten inhouden:
Al dergelijke verzoeken moeten schriftelijk worden gedaan en worden toegezonden aan de Hofgriffie op Curaao. Daarbij moet afschrift worden gevoegd van de bestreden of te bestrijden uitspraak.
Het Hof (of in geval van spoedappel: de president) geeft gelegenheid voor de indiening van een verweerschrift. Daarna volgt in beginsel zonder mondelinge behandeling een beslissing. Het Hof kan een mondelinge behandeling gelasten en nader schriftelijk debat toestaan.
Indien tussentijds appel wordt toegestaan, zou het appel in beginsel moeten worden behandeld door de rechters die de vergunning hebben verleend (paragraaf 2.7).
Het beleid zou erop gericht moeten zijn dat indien een verklaring van hoger beroep wordt afgelegd of ingediend ter griffie op een van de vijf eilanden waar de bestreden uitspraak niet is gegeven, de griffie deze doorfaxt naar de griffie op het juiste eiland (paragraaf 2.13).
In verreweg de meeste gevallen wensen partijen schriftelijk pleidooi. Art. 87 Procesreglement is dan een onnodige tussenstap die tot vertraging leidt. Deze tussenstap zou moeten worden afgeschaft (paragraaf 2.26).