Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/21.3.2.2
21.3.2.2 Art. 5:42
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS482418:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Voetnoten
Voetnoten
Berger 1997, p. 622 e.v.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 190; Rb. Breda 15 september 1992, NJkort 1992,70.
Hof Amsterdam 25 maart 1976, NJ 1976, 60.
HR 18 december 1992, NJ 1993, 152. Zie voor een andere visie op de onderhavige problematiek: Asser/Beekhuis 1990 (3-II), p. 169; Asser/Mijnssen/Van Dam/Van Velten 2002 (3-II), p. 171.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 190.
Davids 1999, p. 35.
Asser/Mijnssen/Van Dam/Van Velten 2002 (3-II), p. 172; Davids 1988, p. 74; Rb. Dordrecht 22 mei 1963, NJ 1963, 460; Rb. Alkmaar 27 juni 1974, NJ 1975, 65; enigszins onduidelijk hierover is Davids in Davids 1999, p. 34. Zie voor andere meningen: Asser/Beekhuis 1990 (3-II), p. 170.
Ingevolge het bepaalde in art. 5:42 is het niet toegestaan om, zonder toestemming van de buurman,1 binnen een bepaalde afstand van de grenslijn bomen, heesters of heggen te hebben. Dit artikel dient zoveel mogelijk te voorkomen dat door het planten van bomen, heesters of heggen de toevoer van licht en/of lucht dan wel het uitzicht van de nabuur wordt verminderd.2 Voorts dient voorkomen te worden dat de nabuur overlast heeft van vallende vruchten en bladeren3 en vermindering van vruchtbaarheid van de grond zoals door onttrekking van voedsel en vocht aan de bodem van het naburige erf.4
Lid 3 vervolgt met:
‘De nabuur kan zich niet verzetten tegen de aanwezigheid van bomen, heesters of heggen die niet hoger reiken dan de scheidsmuur tussen de erven.’
Door de aanwezigheid van deze bomen, heesters en/of heggen worden licht, lucht en uitzicht niet aan de nabuur ontnomen.5 Hier moet, gelet op het bepaalde in lid 1 van dit artikel in verband met de terminologie – ‘scheidsmuren tussen de erven’ –, in de visie van de wetgever wel sprake zijn van een muur die op de erfgrens is geplaatst.6 Dezelfde redenering is evenwel van toepassing ingeval de muur ter afsluiting direct naast de erfgrens op het erf van een van de buren is geplaatst.
Onder scheidsmuren in dit artikel dienen naar mijn oordeel dan ook te worden verstaan muren dienende tot afsluiting, waarbij dan niet van belang is of deze muren op de erfgrens staan of juist niet. De afstand van twee meter dan wel een halve meter dient te worden berekend vanaf de buitenzijde van de voet van de muur.7 Overigens is voor deze muur, gelet op de in dit artikel te beschermen belangen, niet altijd van belang of deze doorzichtig dan wel ondoorzichtig is.