Einde inhoudsopgave
Cessie (O&R nr. 70) 2012/XII.4.1.3.3
XII.4.1.3.3 Reikwijdte van de verwijzingsregel
mr. M.H.E. Rongen, datum 01-10-2011
- Datum
01-10-2011
- Auteur
mr. M.H.E. Rongen
- JCDI
JCDI:ADS355277:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Voetnoten
Voetnoten
Een uitzondering geldt voor de vraag naar de overdraagbaarheid van een vordering op naam, welke vraag blijkens art. 10:135 lid 1 BW wordt beheerst door het vorderingsstatuut. Zie § XII.2.1.
Vgl. Flessner & Verhagen 2006, p. 1; Veder 2004, p. 290-291; Polak & Van Mierlo 1998, p. 59-60 en Steffens 1997a, p. 197.
Anders: Koppenol-Laforce die naar mijn mening ten onrechte heeft betoogd dat art. 3:84 lid 3 BW niet als een bepaling van goederenrechtelijke aard, maar als een bepaling van verbintenisrechtelijke aard zou moeten worden aangemerkt. De vraag of een zekerheidsoverdracht rechtsgeldig is, zou in haar visie worden beheerst door het recht dat van toepassing is op de overeenkomst die tot de overdracht verplicht en niet door het op de overdracht toepasselijke recht (waarbij zij opgemerkt dat het op grond van art. 10 lid 2 Wcg – thans art. 10:135 lid 2 BW – gaat om hetzelfde statuut). Zie Akkermans 1995, p. 705. Vgl. Van der Weide 2006, p. 22-23.
Zie HR 16 mei 1997, NJ 1998, 585, m.nt. ThMdB (Brandsma q.q./Hansa Chemie), r.o. 3.5.
Zie hierna: § XII.4.1.3.4.
Vgl. Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht 1998, p. 11-12.
Vgl. Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht 1998, p. 12; Schroeder 1994, p. 153 en Pres. Rb. Rotterdam 13 mei 1993, NIPR 1993, 249. Dit veronderstelt wel dat cedent en cessionaris voor de overeenkomst van cessie een afwijkende rechtskeuze kunnen maken. Zie voor de mogelijkheid daartoe: nr. 1172.
Zie nr. 1162.
Vgl. in deze zin met betrekking tot het goederenrechtelijke regime voor zaken: MvT, TK 2006-2007, 30876, nr. 3, p. 5.
Voor de duidelijkheid merk ik op dat volgens art. 10:135 lid 2 BW het op de overeenkomst tot cessie toepasselijke recht eveneens de overdracht beheerst, zodat beide vragen aan de hand van hetzelfde statuut moeten worden beoordeeld (behoudens in geval van een afwijkende rechtskeuze voor de overeenkomst van cessie).
1177. Het cessiestatuut beheerst (nagenoeg) alle goederenrechtelijke aspecten van een internationale cessie. Volgens art. 10:135 lid 2 BW worden de goederenrechtelijke aspecten van een internationale cessie of verpanding beheerst door het cessie- of verpandingsstatuut. De wet noemt een aantal onderwerpen dat in het bijzonder door het cessiestatuut wordt bepaald. De opsomming is niet limitatief. Aangenomen mag worden dat alle aspecten van de cessie die als goederenrechtelijk moeten worden gekwalificeerd, zijn onderworpen aan het op de cessie-overeenkomst toepasselijke recht.1 Goederenrechtelijke aspecten die aan het cessie- of verpandingstatuut zijn onderworpen, zijn onder meer de volgende:2
de vraag naar de vereisten voor een geldige cessie of verpanding (art. 10:135 lid 2 (a) BW);
de vraag of een zekerheidscessie geoorloofd is;3
de vraag of en in hoeverre een globale (bulk) cessie of verpanding mogelijk is;
de werking van de cessie ten opzichte van andere derden dan de schuldenaar;4
de vraag wie onder welke voorwaarden gerechtigd is de uit de vordering voortvloeiende bevoegdheden uit te oefenen (art. 10:135 lid 2 (b) BW);
de vraag welke (beperkte) rechten op de vordering kunnen rusten en welke de aard en inhoud van deze rechten zijn (art. 10:135 lid 2 (c) BW);
op welke wijze die rechten zich wijzigen, overgaan en tenietgaan en welke hun onderlinge verhouding is (art. 10:135 lid 2 (d) BW) en
in geval van een meervoudige cessie of verpanding, de vraag aan welke cessie of verpanding prioriteit toekomt.5
Bij de vereisten voor een geldige cessie moet worden gedacht aan de vraag of, en zo ja, welke leveringsvoorschriften er dienen te worden vervuld (akte, mededeling, registratie) en aan de vraag of de cessie dient te geschieden krachtens een ‘geldige titel’ (vgl. art. 3:84 en 94 BW). Het cessiestatuut bepaalt of er een causaal dan wel abstract stelsel van overdracht geldt.6
Indien Nederlands recht het cessiestatuut is, volgt uit art. 3:84 lid 1 BW dat voor een geldige overdracht een geldige titel vereist is. De titel voor een Nederlandse cessie kan echter gelegen zijn in een door vreemd recht beheerste overeenkomst tot cessie.7 De vraag of de overeenkomst tot cessie geldig of aantastbaar is, moet worden beoordeeld aan de hand van het recht dat op deze overeenkomst van toepassing zou zijn, indien de overeenkomst geldig zou zijn (art. 10 lid 1 Rome I).8 De vraag daarentegen of de titel ook overigens een overdracht van de vordering rechtvaardigt, moet worden beoordeeld aan de hand van het op de overdracht toepasselijke recht (vgl. bijvoorbeeld art. 3:84 lid 3 BW).9,10