Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/4.7
4.7 De draagkracht van de laedens en de gelaedeerde
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS586236:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Brunner 1981a, p. 213 en 234.
Brunner 1981a, p. 235.
Met dien verstande dat bij de schending van een verkeers- of veiligheidsnorm veroorzaakte schade ruim wordt toegerekend en onder meer in deze gevallen de aansprakelijkheid van de laedens doorgaans door een verzekering gedekt is. Sprake is hier van een ‘kip of ei’-probleem: wordt deze aansprakelijkheid doorgaans verzekerd omdat zij omvangrijk kan zijn, of is deze aansprakelijkheid soms omvangrijk omdat zij toch verzekerd is (of beide).
Bloembergen 1965, nr. 131 sub b; Neleman 1987, p. 42 e.v.; Asser/Sieburgh 6-II 2017, nr. 64 t/m 66 vermeldt bij de behandeling van Brunners deelregels, deze deelregel niet. Köster 1963, p. 14 en 17 en 18 meende dat van belang was bij de toerekening mee te wegen “de onevenredig zware last, welke voor de aangesproken partij mede gelet op de financiële positie van de benadeelde, uit de schadevergoedingsverplichting kan voortvloeien”. In deze formulering ligt besloten dat deze factor slechts in uitzonderlijke situaties van belang is. Köster gaf hiermee dus in wezen een regel vergelijkbaar met het huidige art. 6:109 BW.
Waar de gelaedeerde een schade- of sommenverzekering heeft die vanwege de door de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis of de daardoor ontstane situatie aan hem aanspraak op een uitkering geeft, rijst de vraag of en in hoeverre de gelaedeerde vanwege het verkrijgen van deze uitkering nog schade heeft dan wel of de uitkering een voordeel is dat in mindering dient te worden gebracht op de schadevergoedingsverplichting van de laedens. De Hoge Raad heeft in HR 1 oktober 2010,NJ 2013/81 m.nt. T. Hartlief (Verhaeg/Jenniskens) een genuanceerde benadering voor deze situatie voorgeschreven.
247. De draagkracht van de laedens en van de gelaedeerde is de factor in de laatste deelregel:
Is de laedens draagkrachtig, heeft hij een dekkingbiedende aansprakelijkheidsverzekering of is de gelaedeerde niet draagkrachtig, dan kan gemakkelijker worden toegerekend. Andersom kan minder snel worden toegerekend wanneer de laedens niet draagkrachtig is, of de gelaedeerde juist draagkrachtig is dan wel een dekkingbiedende schadeverzekering heeft.1
Brunner plaatste in zijn schema bij deze regel een vraagteken en was op dit punt voorzichtig. Volgens hem was “moeilijk te beantwoorden” of wederzijdse draagkracht van invloed behoort te zijn op de toerekening. Beslissingen hierover, zo signaleerde Brunner, ontbraken. Tevens wees Brunner op de matigingsbevoegdheid in het nieuwe burgerlijk wetboek. Naar Brunners oordeel wilde de wetgever met die matigingsbevoegdheid juist voorkomen dat rechters via oneigenlijke wegen, zoals via het causaliteitsvereiste, de schadetoerekening of de eigenschuldregeling, de schadevergoedingsverplichting zouden beperken. Volgens Brunner zal de bedoeling van de wetgever zijn dat de draagkracht slechts een rol in de matiging zal mogen spelen. Niettemin achtte Brunner “twijfelachtig” of de rechter in het kader van de schadetoerekening aan draagkrachtfactoren niet toch een zeker gewicht zal hechten.2
248. Voor deze deelregel heb ik geen steun kunnen vinden in de jurisprudentie van de Hoge Raad.3 In de literatuur is de regel bestreden en is vrij algemeen betoogd dat draagkrachtfactoren in het kader van de matiging van de schadevergoedingsverplichting (art. 6:109 BW) een rol dienen te spelen.4 Op grond van art. 6:109 BW is slechts ruimte voor matiging op grond van de draagkracht van partijen indien toekenning van volledige schadevergoeding tot “onaanvaardbare gevolgen” zou leiden. Naar ik meen zou het met deze hogere, door art. 6:109 BW opgeworpen drempel in strijd zijn om bij de schadetoerekening met draagkrachtfactoren rekening te mogen houden.5