V-N 2020/35.41.2
Bij ontbreken belang in stichting geen sprake van tbs-vordering
HR 03-07-2020, ECLI:NL:HR:2020:1174
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 juli 2020
- Zaaknummer
19/01430
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Resultaat uit overige werkzaamheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1174, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑07‑2020
- Wetingang
art. 3.92 Wet IB 2001
Essentie
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat geen sprake is van resultaat uit overige werkzaamheden, aangezien X zich borg heeft gesteld voor een lening die stichting Q is aangegaan bij de bank. Stichting Q is geen vennootschap in de zin van art. 4.6 Wet IB 2001, zodat art. 3.92 lid 1 onderdeel a Wet IB 2001 niet van toepassing is. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Samenvatting
C bv exploiteert een golfterrein. De ‘driving range’ en de golfbaan zijn ontwikkeld door stichting Q ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.