Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/1.3.2
1.3.2 Verantwoording van het (praktijk)onderzoek
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183444:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor iedereen die werkzaam is bij een verzekeraarslid, makelaarslid of geassocieerd partner van de VNAB organiseert de VNAB periodiek kennis- en ontmoetingsbijeenkomsten (events) waarin bepaalde, voor de branche relevante thema's centraal staan. De VNAB beschikt over een mailinglist met emailadressen van personen werkzaam bij leden van de VNAB die hebben aangegeven op de hoogte te willen worden gesteld van dergelijke bijeenkomsten (events).
Dit bericht is te vinden in de appendix bij dit boek (bijlage I).
Dit begeleidende emailbericht alsmede de volledige enquête is te vinden in de appendix van dit boek.
Evers 2015, p. 17.
De inhoud van deze gesprekken is niet opgenomen bij het onderzoek omdat zij vertrouwelijk en informeel zijn geweest. Zij dienen dan ook niet als formele bron.
Personen uit de Decision Making Unit (DMU) waren de personen op het directieniveau van een organisatie.
Zie Scheepers, Tobi & Boeije 2016, p. 169 over de – aan te houden – volgorde van het stellen van vragen in een enquête en de plaatsing van gevoeligere onderwerpen niet in het begin van een vragenlijst.
3 respondenten hebben bij de vraag naar de organisatie waar een persoon werkzaam is, de categorie ‘anders, namelijk’ aangevinkt. Het betrof personen die werkten bij een assuradeur, beursassuradeur en makelaar/volmacht. Van deze personen is niet bekend in welke branche zij werkzaam zijn en hoeveel jaar ervaring zij hebben. Daarom zijn zij niet opgenomen in de tabellen 1.1 en 1.2.
Vgl. Dijkstra, Ongena & Loosveldt 2014, p. 47.
Waar dat mee te maken heeft, is niet geheel duidelijk. Een mogelijke oorzaak kan de lengte van de enquête zijn geweest. Het invullen duurde circa tien minuten.
De Bipar principes zijn regels die zijn geformuleerd door de Europese Federatie van Verzekeringsmakelaars voor de naleving van mededingingsregels bij het plaatsen van risico’s bij meerdere verzekeraars. Ik bespreek deze regels uitvoerig in hoofdstuk 5, onder paragraaf 5.3.
Het praktijkonderzoek is verricht in de vorm van een enquête. Deze enquête is verspreid onder verzekeraars, makelaars en gevolmachtigd agenten (dat wil zeggen bedrijven die de volmacht ontvangen van één of meer verzekeraars om namens hen risico’s te accepteren) die lid zijn van de VNAB. Voor de verspreiding van de enquête onder de leden van de VNAB is een ‘mailinglijst’ gebruikt voor uitnodigingen voor ‘events’ (kennis- en ontmoetingsbijeenkomsten).1 Er is een emailbericht opgesteld waarin een link was opgenomen naar de enquête.2 Wanneer een persoon via de link de enquête opende, kwam hij of zij in een online omgeving terecht waarin de vragen één voor één werden gesteld (de volgende vraag werd zichtbaar als de voorgaande was beantwoord). De verspreiding van dit emailbericht en de enquête is gefaciliteerd door de VNAB. In het emailbericht stond aangegeven dat de enquête was bedoeld voor degenen die werkzaam zijn bij een makelaar, verzekeraar of volmacht bedrijf als sluiter of acceptant.3 De reden om specifiek personen met de functie ‘sluiter’ of ‘acceptant’ te vragen de enquête in te vullen, was omdat de vragen voor het grootste gedeelte betrekking hadden op onderwerpen uit de sluitfase bij coassurantie. Het bleek niet mogelijk te zijn om deze specifieke groep te selecteren, zodat de enquête breder is verspreid.
De keuze voor een enquête is vergeleken met de voor-en nadelen van het houden van diepte-interviews. Het voordeel van diepte-interviews is het open en flexibele karakter ervan.4 Diepte-interviews worden veelal gebruikt om persoonlijke ervaringen te weten te komen of juist een beeld te vormen van een bepaald onderwerp. Een enquête sloot beter aan bij het doel van het praktijkonderzoek, zoals weergegeven onder 1.3.1. De (primaire) bedoeling van het praktijkonderzoek was immers om onderzoeksbevindingen te toetsen door middel van een ‘reality check’. Daarbij is gekozen voor een kwantitatieve benadering. Het voordeel van het breed uitzetten van de enquête was dat een grote groep mensen kon worden benaderd. Bovendien had een enquête als voordeel dat de anonimiteit beter kon worden gewaarborgd. Voorafgaand aan de opstelling en verspreiding van de enquête is evenwel gesproken met specialisten uit de sector, zoals personen werkzaam bij verzekeraars, makelaars, advocaten en toezichthouders.5 Bij het opstellen van de enquête is daarmee rekening gehouden.
Ik ben me ervan bewust dat de groep personen die is gevraagd om de enquête in te vullen bevooroordeeld (biased) kunnen zijn. Toch is op verschillende manieren rekening gehouden met een mogelijke ‘bias’ in de antwoorden. In de eerste plaats zijn personen uit de DMU (Decision Making Unit) en/of directie bewust uitgesloten van deelname omdat die personen mogelijk een groter belang hebben bij een bepaalde uitkomst.6 Bovendien is aangegeven dat de resultaten op geen enkele manier door de VNAB worden ingezien en/of gebruikt. Ook is vermeld dat de enquête zowel op persoons- als op bedrijfsniveau is geanonimiseerd. Verder is ervoor gekozen gevoelige aspecten (zoals wijze van onderhandeling en de premiestelling bij coassurantie) in te bedden in algemene vragen en niet in het begin aan de orde te stellen.7 De enquête was daarmee opgebouwd van algemeen naar concreet. De vragen in het begin van de enquête gingen over de gronden voor coassurantie en de volgorde waarin een verzekering bij coassurantie tot stand komt. Nadien kwamen aspecten aan bod die mogelijk gevoeliger zouden zijn.
Om te weten te komen of bij coassurantie de volgverzekeraars inschrijven op basis van dezelfde voorwaarden (waaronder de premie) als de leidende verzekeraar werd bijvoorbeeld eerst de vraag gesteldwie de volgverzekeraars benadert (is dat de makelaar, de leidende verzekeraar of doen zij dat samen?) waarna de respondent werd gevraagd om aan te geven hoe door een makelaar en/of leidende verzekeraar de volgverzekeraars werden benaderd (vinden met hen afzonderlijke onderhandelingen plaats of wordt hun doorgaans gevraagd mee te tekenen op basis van dezelfde voorwaarden als de leidende verzekeraar?).
Ondanks dat er bij de opbouw van de enquête en de vraagstelling zorgvuldig rekening is gehouden met de factor ‘vooroordeel’ is het goed om zich te realiseren dat er respondenten kunnen zijn geweest die de enquête in hun voordeel hebben ingevuld. Het was niet mogelijk dit risico geheel uit te sluiten.
Respons
Naar hoeveel mensen is de uitnodiging verstuurd en hoeveel personen hebben gereageerd? De uitnodiging voor het invullen van de enquête is verstuurd naar 1481 personen. Daarvan zijn 638 personen werkzaam bij een makelaar, 706 bij een verzekeraar en 137 bij een gevolmachtigd agent. Uiteindelijk heeft 16 procent (239 respondenten) de enquête – nagenoeg volledig – ingevuld.8 Ik spreek van een respondent als een persoon daadwerkelijk met het onderzoek heeft meegedaan en (nagenoeg) alle vragen heeft beantwoord.9 Het onderzoek kent daarmee een relatief hoge non-respons.10 Bij het versturen van de enquête is met deze mogelijkheid rekening gehouden en is daarom een zo groot mogelijke groep respondenten benaderd. De eerste uitnodiging voor deelname aan het onderzoek is verstuurd op 20 maart 2018. Daarop hebben 175 personen gereageerd. Op 3 april 2018 is een herinnering gestuurd naar de personen die de eerdere uitnodiging wel hadden ontvangen maar de enquête nog niet hadden ingevuld. Nadien hebben nog 64 personen de enquête ingevuld. De enquête is gesloten op 16 april 2018. De verdeling van de respondenten over de verschillende groepen (verzekeraars, makelaars, gevolmachtigden) en de brancheverdeling is zichtbaar gemaakt in tabel 1.1. Daaruit blijkt dat ongeveer hetzelfde aantal verzekeraars als makelaars heeft deelgenomen. Tabel 1.2 illustreert vervolgens de verhouding tussen het type organisatie en het aantal jaren ervaring van de respondenten. De meerderheid van de respondenten (circa 83%) heeft meer dan tien jaren ervaring in de zakelijke verzekeringsmarkt.
Tabel 1.1 Brancheverdeling van de respondenten
Branche
Brand
Technische verzekeringen
Transport
Varia
Totaal
Organisatie
Verzekeraars
29
17
34
36
111
Makelaars
39
19
34
29
116
Gevolmachtigd agenten
2
1
3
3
9
Totaal
70
27
71
68
Tabel 1.2 Aantal jaar ervaring van de respondenten
Aantal jaar ervaring
Minder dan vijf jaar
Tussen de vijf en tien jaar
Meer dan tien jaar
Totaal
Organisatie
Verzekeraars
8
13
95
111
Makelaars
9
10
92
116
Gevolmachtigd agenten
1
0
8
9
Totaal
18
23
195
Opbouw van de enquête
Hoe is de enquête opgebouwd? De enquête bestaat uit drie delen: deel A (algemeen), deel B (sluiting in coassurantie) en deel C (sluiting in een intermediaire pool). Onder A is een viertal algemene vragen gesteld over het type organisatie waarin de respondent werkt (verzekeraar, makelaar of gevolmachtigd agent), de functie, de branche (met onderscheid naar de branches: brand, transport, technische verzekeringen en varia) en het aantal jaren ervaring (bestaand uit de categorieën minder dan vijf jaar, tussen de vijf en tien jaar en meer dan tien jaren ervaring). Omdat de mogelijkheid bestaat dat een respondent in meerdere branches werkzaam is (en het binnen het online vragenlijstsysteem niet mogelijk bleek antwoorden voor meerdere branches in te vullen) is gevraagd om de branche te kiezen waarin de respondent de meeste ervaring heeft. Bij het invullen van het vervolg van de enquête mocht de respondent dan uitgaan van de branche die hij of zij eerder had aangevinkt. Onderdeel B van de enquête bevat 19 vragen die betrekking hebben op het sluiten van een verzekeringsovereenkomst in coassurantie. Er is binnen dat onderdeel gevraagd naar de redenen voor de verzekering in coassurantie, de volgorde waarin een verzekeringsovereenkomst tot stand komt, de positie en selectie van de leidende- en volgende verzekeraar(s), de wijze van onderhandeling over de verzekeringsvoorwaarden en de naleving van de Bipar principes.11 Ook is in onderdeel B een aantal vragen gesteld over de aanbestedingsprocedure(s) voor verzekeringsdiensten. In onderdeel C van de enquête – alleen respondenten die bekend waren met de verzekering in pools is gevraagd dit onderdeel in te vullen – zijn enkele aspecten van de verzekering in een intermediaire pool bevraagd zoals op welke gronden gekozen wordt voor het onderbrengen van een risico in een intermediaire pool, de alternatieven van plaatsing van risico’s in een pool (voor 100% bij één verzekeraar of in coassurantie) en de voorwaarden waaronder risico’s worden verzekerd in een pool.
De resultaten van het praktijkonderzoek zijn voornamelijk verwerkt in de hoofdstukken vier, vijf en zes. De volledige enquête en de onderzoeksresultaten zijn opgenomen in de appendix bij dit boek. Ook is in de appendix een beschrijving opgenomen hoe de gegevens zijn verwerkt.