Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/7.3.3
7.3.3 Begrip onafhankelijkheid; formele en materiële onafhankelijkheid
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS387374:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld het bericht ‘Het belang van onafhankelijk functionerende commissarissen’, 17 september 2012 in DNBulletin, te vinden via www.dnb.nl/nieuwsoverzicht-en-archief/dnbulletin-2012/dnb278277.jsp.
Code Pf 2014, toelichting bij norm 52 onder kopje 3.2.2. Ook Van Zijl gaat uit van de volgende drie vergelijkbare soorten onafhankelijkheid: in fact (feitelijk), in appearance (indruk ten opzichte van derden) en in form (voldoen aan relevante criteria), Van Zijl 2012, p. 17.
Het begrip onafhankelijkheid kan formeel worden opgevat, maar kan ook in een breder perspectief worden geplaatst. Veel sectorale governance codes die voor stichtingen gelden bevatten, net als de NCGC, formele onafhankelijkheidscriteria. Als het desbetreffende lid van de raad van toezicht aan één of meer van die criteria voldoet wordt hij aangemerkt als afhankelijk. De Code Pensioenfondsen gaat echter, anders dan de NCGC, uit van een breder begrip “onafhankelijkheid”. Volgens de Toelichting neemt de Code Pensioenfondsen 2014, in navolging van standpunten van DNB,1 als uitgangspunt dat onafhankelijkheid kan betreffen: onafhankelijkheid in state, onafhankelijkheid in appearance en onafhankelijkheid in mind(set).2
Onafhankelijkheid in state betekent dat het lid van de raad van toezicht volgens formele, objectieve criteria onafhankelijk is. Bepaalde functies of omstandigheden zijn bijvoorbeeld onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad van toezicht, aangezien men er van uitgaat dat zij het onafhankelijk functioneren belemmeren. Voorbeelden van formele onafhankelijkheidsregels komen hierna aan de orde.
Onafhankelijkheid in appearance is gerelateerd aan de indruk ten opzichte van derden. Dit houdt in dat de schijn van belangenverstrengeling voorkomen of tegengaan moet worden, waarover hierna meer. Onafhankelijkheid in mind(set) betekent het hebben van een onafhankelijke geest. Dat wil zeggen: het zich onafhankelijk opstellen en het zo veel mogelijk trachten om op een onafhankelijke, evenwichtige wijze tot een oordeel en een besluit te komen. Een lid van de raad kan zich bijvoorbeeld – ook onbewust – laten beïnvloeden door en daarmee “afhankelijk zijn” van de mening van een of meer andere leden van de raad van toezicht (hier gaat ook de volgende paragraaf over evenwichtige besluitvorming op in). Onafhankelijkheid in mind wordt ook wel feitelijke onafhankelijkheid genoemd.
Een lid van de raad van toezicht kan weliswaar voldoen aan de formele regels van onafhankelijkheid, maar vanwege het feit dat hij klakkeloos volgt wat de meerderheid voorstelt feitelijk afhankelijk zijn. Formele onafhankelijkheid betekent niet automatisch dat ook sprake is van feitelijke onafhankelijkheid. Hierna, wanneer ik een aantal concrete formele onafhankelijkheidsregels bespreek, kom ik daar op terug.