NJB 2013/678
Betekenis gedoogplicht art. 5.1 Telecommunicatiewet voor de mogelijkheid tot heffen van precariobelasting. Zijn onderhavige lege mantelbuizen aan te merken als kabels ten dienste van een openbaar telecommunicatienetwerk in de zin van artikel 5.1 van de TW?
HR 15-03-2013, ECLI:NL:HR:2013:BY3909
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 maart 2013
- Magistraten
Mrs. Van den Berge, Schaap, Feteris, Koopman en De Groot
- Zaaknummer
11/05404
- LJN
BY3909
- Vakgebied(en)
Informatierecht / Telecommunicatie
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
Staatsrecht / Decentralisatie
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑03‑2013
ECLI:NL:HR:2013:BY3909, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑03‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:BY3909, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑10‑2012
- Wetingang
Essentie
Betekenis gedoogplicht art. 5.1 Telecommunicatiewet voor de mogelijkheid tot heffen van precariobelasting. Zijn onderhavige lege mantelbuizen aan te merken als kabels ten dienste van een openbaar telecommunicatienetwerk in de zin van artikel 5.1 van de TW?
Partij(en)
Cassatieberoep college van B&W gemeente Rijswijk
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘3.1.1. Belanghebbende heeft op 23 juli 2001 de eigendom verkregen van lege HDPE-buizen en zogenoemde handholes (hierna samen: de mantelbuizen), gelegen in voor de openbare dienst bestemde grond van de gemeente. De mantelbuizen waren in de jaren 2002, 2003 en 2004 leeg, dat wil zeggen niet met (glasvezel)kabels gevuld. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.