V-N Vandaag 2026/2238
Prejudiciële vragen over uitleg Rijnvarendenovereenkomst bij nevenwerkzaamheden
HR 23-10-2026, ECLI:NL:HR:2026:1730
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 oktober 2026
- Zaaknummer
25/00270
- Vakgebied(en)
EU-recht / Rechtsbescherming
Premieheffing / Algemeen
Premieheffing (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:1730, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑10‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:548, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑05‑2026
- Wetingang
Art. 16 lid 1, 13 lid 1 onderdeel b sub iv Verordening (EG) 883/2004; art. 267 VEU
Essentie
De Hoge Raad vraagt of het HvJ EU bevoegd is bij wijze van prejudiciële beslissing een uitspraak te doen over de uitlegging van de Rijnvarendenovereenkomst en welke wetgeving dan bij nevenwerkzaamheden van toepassing is?
Samenvatting
X woont in Nederland en werkt als schipper op een binnenvaartschip voor de Rijnvaart. De eigenaar van dat schip is in Nederland gevestigd. Volgens de Rijnvaartverklaring wordt het geëxploiteerd door de Luxemburgse A SA. In 2015 verricht X ook nevenwerkzaamheden voor de Bulgaarse B SA. Deze verricht X niet als varend personeel. Hij benadert andere schippers voor de opslag van goederen. De werkzaamheden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.