Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/6.4.1:6.4.1 Artikel 23 Rv en EU-recht
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/6.4.1
6.4.1 Artikel 23 Rv en EU-recht
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS304580:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
224.
De eerste vraag die in dit hoofdstuk is beantwoord, is of het EU-recht vereist dat artikel 23 Rv buiten toepassing wordt gelaten. Bij de beoordeling of artikel 23 Rv moet wijken, komt het erop aan of ergens in de procedure voor de overheidsrechter het EU-recht daadwerkelijk ter sprake heeft kunnen komen. Artikel 23 Rv belemmert dat in principe niet. Aan artikel 23 Rv liggen fundamentele beginselen ten grondslag. Het artikel dient er namelijk toe te verzekeren dat de gedaagde partij weet waartegen zij zich dient te verweren en dat zij zich zodoende in voldoende mate kan verdedigen tegen de ingestelde vordering. Dit beginsel van hoor en wederhoor zou worden geschonden als de rechter meer of anders zou toewijzen dan gevorderd. Partijen hebben dan immers onvoldoende mogelijkheid gehad om over dat meer of anders toegewezene te debatteren. Kortom, het loslaten van artikel 23 Rv verdraagt zich niet met het aan artikel 6 EVRM ontleende beginsel van hoor en wederhoor en het onpartijdigheidsbeginsel. Op zichzelf is het vasthouden aan artikel 23 Rv ook niet heel belemmerend voor de effectiviteit het EU-recht. Immers, het artikel vereist in feite niet meer dan dat de rechter niet meer of anders toewijst dan gevorderd en dat de rechter niet ambtshalve bepaalt wat de inzet van de procedure zal zijn.
Met het voorgaande is echter nog niet gezegd dat een nationale rechter zijn nationale procesrecht niet zoveel mogelijk op een zodanige wijze zou moeten toepassen dat de effectiviteit van het EU-recht zoveel mogelijk wordt verzekerd. Vooral in consumentenzaken lijkt dat noodzakelijk om zoveel mogelijk te verzekeren dat het consumentenbeschermend EU-recht ergens in de procedure aan de orde kan komen. Vanuit dat perspectief dient te worden bezien wat de Nederlandse civiele rechter precies zou kunnen doen in de aanvangsfase van een civiele procedure.