Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.6.2:3.6.2 Tendensen naar een actieve civiele rechter
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.6.2
3.6.2 Tendensen naar een actieve civiele rechter
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS305846:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
135.
In Nederland staat de Hoge Raad de rechter in beginsel toe om onder omstandigheden door partijen onbesproken gelaten aspecten ambtshalve op te werpen. Verder kan in de literatuur een oproep tot een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een goed verloop van de civiele procedure worden waargenomen. Deze verantwoordelijkheid betreft de rechter en partijen. In Duitsland geldt die gezamenlijke verantwoordelijkheid al. Opvallend is dat deze bevoegdheid in Duitsland wettelijk is vastgelegd, in tegenstelling tot Nederland, waar het berust op jurisprudentie van de Hoge Raad. De kans op rechtsongelijkheid is in Nederland dus groter. Immers, niet altijd zal duidelijk zijn of iets ambtshalve mag worden opgeworpen. De wijze waarop deze bevoegdheid wordt genormeerd in de afzonderlijke stelsels is echter wel gelijk.
De Engelse rechter kent een zeer terughoudende benadering en zal zich niet inlaten met feitelijke kwesties. Ook voor de toepassing van rechtsgronden haakt hij – hoewel het Engelse procesrecht daartoe niet meer dwingt – vaak aan bij hetgeen partijen hem aandragen. Overigens wordt in de Engelse literatuur wel (sporadisch) opgeroepen tot een meer actieve rol van de civiele rechter. Deze heeft vooral betrekking op de toepassing van rechtsgronden.
De Franse rechter kan gebruikmaken van het gehele dossier voor zijn eindbeslissing. De rechtsstrijd wordt daar gevormd door het Nederlandse artikel 149 Rv. Het beginsel van hoor en wederhoor begrenst hem daar echter in zoverre in, dat partijen voldoende mogelijkheden moeten hebben gehad om over het bij de eindbeslissing gehanteerde feitencomplex te debatteren. Overigens geldt die plicht tot hoor en wederhoor ook bij het aanvullen van rechtsgronden, in tegenstelling tot de Nederlandse regeling op dat punt.