De geschillenregeling ten gronde
Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/II.1:II.1 Inleiding
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/II.1
II.1 Inleiding
Documentgegevens:
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS382180:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het ontstaan van de geschillenregeling hangt nauw samen met de geboorte van de BV. De gedachte aan een procedure voor de oplossing van geschillen tussen aandeelhouders van deze nog te introduceren rechtsvorm, kwam op in 1969. De invoering van de geschillenregeling geschiedde echter niet zonder slag of stoot. Vele voorstellen passeerden de revue. Uiteindelijk duurde het tot 1 januari 1989 voordat de regeling in werking trad. De uitwerking van de gedwongen overdracht en overname verschilde door de jaren heen. Diverse concepten werden verworpen, onder meer door de Commissie Vennootschapsrecht. Omdat er in de ontwerpfase zoveel diversiteit bestond, en het interessant is te achterhalen waarom men uiteindelijk voor de regeling in haar huidige vorm heeft gekozen, sta ik in § 11.2 uitgebreid stil bij de omarmde en de verworpen ideeën. In die paragraaf komen ook de wijzigingen van de geschillenregeling, die voortvloeien uit het wetsvoorstel Flex-BV, aan de orde. In deze wijzigingsoperatie werden, evenals als ten tijde van de invoering, verscheidene suggesties gewogen en te licht bevonden. Ik sta daarom stil bij enkele bepalingen uit het consultatiedocument die de voorlopige eindstreep van het wetsvoorstel Flex-BV niet haalden.
De aard van de geschillenregeling brengt mee dat zij niet voor iedere kapitaalvennootschap geldt. Slechts aandeelhouders van een BV of een NV met een besloten karakter kunnen de uitstotings- of uittredingsvordering instellen. Dit beperkte toepassingsbereik van art. 2:337 BW verdient nadere beschouwing. Een saillant detail is dat met de wijzigingen in het wetsvoorstel Flex-BV het toepassingsbereik voor de BV en de NV gaat verschillen. Ik bespreek in § 11.3 of dit uiteenlopen gewenst is.
Vaak wordt in de literatuur gewezen op het al dan niet vermeende onteigeningskarakter van de geschillenregeling. Het op rechterlijk bevel afnemen van de aandelen kan mogelijk strijd opleveren met art. 14 Gw. Het beginsel dat eenieder recht heeft op een ongestoord genot van eigendom van zijn of haar aandelen is eventueel in het geding bij de uitstoting van art. 2:336 BW. Deze bescherming is onder meer neergelegd in art. 1 van het Eerste Protocol EVRM. De meeste schrijvers volstaan met het opwerpen van de vraag óf, danwel het poneren van de stelling dát van onteigening sprake is. Een motivering ontbreekt veelal. In § 11.4 onderzoek ik of het terecht is om aan de geschillenregeling een onteigening skarakter toe te kennen. Ook bespreek ik of er sprake is van strijd met het verdragsrechtelijke beginsel van ongestoord genot van eigendom.
De laatste vraag die in dit hoofdstuk aan de orde komt, is welke uitgangspunten hebben te gelden bij een (wettelijke) geschillenregeling tussen aandeelhouders. Aan welke voorwaarden dient een dergelijke procedure in ieder geval te voldoen? De te beschermen belangen moeten in bepaalde omstandigheden de bevolen aandelenoverdracht rechtvaardigen. Ik beschrijf de verhouding tussen deze belangen en de betrokkenen in § 11.5.
In § 11.6 sluit ik af met enkele bevindingen en een synthese.