Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.8.1
4.8.1 De temporele reikwijdte algemeen
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648873:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie S.M. Bartman in zijn annotatie bij Rb. Amsterdam, 20 december 2000, JOR 2001/53.
Zie Winkel 2004, p. 184-188.
De stille hoop leeft dat een lagere rechter hierover ooit eens een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad gaat stellen op grond van art. 392 Rv, zie Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2016, VI.5. Eerder heeft de Rechtbank Arnhem overwogen om een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie te stellen, zie Rb. Arnhem, 10 oktober 2002, JOR 2003/31 m.nt. S.M. Bartman (Resila-Spectro), r.o. 1.7: “Omdat artikel 2:403 BW is gebaseerd op artikel 57 Vierde Richtlijn, dient te worden nagegaan of de uitleg van artikel 2:403 BW conform artikel 57 Richtlijn is. Blijkens de verschillende opvattingen over de uitleg vormt artikel 57 geen acte éclairé. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft over de uitleg van artikel 57 geen uitspraak gedaan: er is geen acte éclairé. Met name X heeft betoogd dat het stellen van préjudiciële vragen over de uitleg van artikel 57 gewenst is (zie laatstelijk in zijn noot in JOR 2002, 136). De rechtbank is daartoe bevoegd op grond van artikel 234 EG-Verdrag, maar niet verplicht. Zij zal in deze zaak van de bevoegdheid geen gebruik maken gezien het belang van deze zaak (EUR 9.779,77), afgezet tegen de kosten en de duur van een préjudiciële procedure, en het feit dat de zaak zonder (tijdrovende) instructie kan worden afgedaan.”
Naast de hiervoor behandelde materiële reikwijdte is voor het bepalen van de (omvang van de) aansprakelijkheid van de consoliderende rechtspersoon tevens de temporele reikwijdte van de 403-verklaring van belang. Bartman heeft de term ‘temporele reikwijdte’ geïntroduceerd1 en aan dit begrip is sindsdien een vaststaande betekenis toegekend. Met de temporele reikwijdte wordt gedoeld op het tijdvak waarbinnen rechtshandelingen die zijn verricht door de vrijgestelde rechtspersoon worden geacht onder de reikwijdte van de 403-verklaring te vallen.
Er heeft een lange tijd discussie gewoed over de vraag wat de temporele reikwijdte van de 403-verklaring is. In de literatuur bestaat daarover een groot verschil van mening. De wetgeschiedenis biedt onvoldoende houvast om een conclusie te trekken.
De Hoge Raad heeft zich nog niet uitgelaten over de vraag wat de omvang van de temporele reikwijdte exact dient te zijn om te kunnen spreken van een 403-verklaring die voldoet aan de vereisten die artikel 2:403 lid 1 sub f BW stelt. De lagere rechtspraak is beperkt en laat wisselende standpunten zien.2 Aangezien de rechtspraak verdeeld is, bestaat er onzekerheid ten aanzien van de temporele reikwijdte van een 403-verklaring.3