Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/6.1
6.1 Inleiding
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192815:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ik doel hiermee op de procedures die pakweg de laatste 10 jaar zijn geïntroduceerd in het nationale recht van diverse Europese landen. Vgl. §3.5.2. In juli 2021 dient het nationale recht van alle Europese lidstaten te voorzien in preventieve herstructureringsstelsels die voldoen aan de minimumeisen van deze richtlijn.
Op grond van art. 9 lid 4 vierde alinea Herstructureringsrichtlijnen kunnen lidstaten evenwel bepalen dat schuldenaren die kwalificeren als ‘micro-, kleine en middelgrote ondernemingen’ ervoor kunnen kiezen de stemming niet in klassen te laten plaatsvinden.
De WHOA is dus in overeenstemming met uitgangspunt 4, geformuleerd in §4.9.
292. De Faillissementswet schrijft voor dat concurrente crediteuren in één groep stemmen over een voorgesteld surseance- of faillissementsakkoord.1 Sinds 1893 is echter het nodige veranderd in het denken over akkoordregelingen. Het fenomeen ‘stemmen in klassen’ is inmiddels onomstreden in de internationale insolventiewetenschap- en praktijk. De stemming over een scheme of arrangement of over een Chapter 11-plan vindt sinds jaar en dag klassegewijs plaats. Ook in een groot deel van de nieuwe Europese pre-insolventieakkoordprocedures wordt in klassen over het akkoordvoorstel gestemd.2 De Europese Herstructureringsrichtlijn schrijft eveneens voor dat de stemming in een preventieve herstructureringsprocedure in klassen dient te geschieden.3
De Nederlandse wetgever kon hierbij niet achterblijven en schrijft in de WHOA stemming in klassen voor.4 Zoals uiteengezet in §4.9 maakt een klassegewijze stemming het mogelijk een meerderheidsbesluit democratisch te legitimeren, en biedt een dergelijke stemwijze eveneens belangrijke bescherming voor minderheden binnen de klasse. Wanneer er in klassen wordt gestemd over het plan, wordt gelijke behandeling binnen de klasse gewaarborgd. Tegelijkertijd ontstaat de mogelijkheid het akkoordaanbod per klasse te differentiëren.
Hoewel het concept ‘klassegewijs stemmen’ algemeen geaccepteerd is, is het formuleren van een passend criterium voor de klassenindeling (hierna ook: ‘klassencriterium’) niet eenvoudig. Bovendien roept de toepassing van een eenmaal geformuleerd klassencriterium in de rechtspraktijk vele vragen op.
In §6.2 komen achtereenvolgens het criterium voor de klassenindeling naar Engels, Amerikaans, Europees en Nederlands recht aan bod. In §6.3 staat het toezicht op de klassenindeling centraal.