Asser Procesrecht 8 Arbitrage en bindend advies
Einde inhoudsopgave
Asser Procesrecht/Sanders, Meijer & Ernste 8 2023/569:569 Grond a: bedrog – eerste voorwaarde.
Asser Procesrecht/Sanders, Meijer & Ernste 8 2023/569
569 Grond a: bedrog – eerste voorwaarde.
Documentgegevens:
prof. mr. G.J. Meijer, prof. mr. P.E. Ernste, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
prof. mr. G.J. Meijer, prof. mr. P.E. Ernste
- JCDI
JCDI:ADS858829:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Arbitrage
- Wetingang
art. 1068 lid 1 Rv
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerste voorwaarde, het ‘berusten op’, houdt in dat causaal verband moet bestaan tussen het gepleegde bedrog en het arbitraal vonnis. De vereiste causaliteit ontbreekt ingeval het vonnis noch wat betreft de overwegingen, noch wat betreft het dictum in andere zin zou zijn gewezen als de als bedrog aangevoerde handelingen niet zouden hebben plaatsgevonden. Voor dit causale verband is voldoende dat aannemelijk is dat de arbiter bij kennis van de ware stand van zaken tot een andere beslissing zou hebben kunnen komen.1 In de literatuur2 en rechtspraak3 wordt algemeen aangenomen dat voor de vordering tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.