HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ 2008, 358, rov. 3.6.2. onder C.
HR, 08-06-2010, nr. 08/00967
ECLI:NL:HR:2010:BM0783
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
08-06-2010
- Zaaknummer
08/00967
- Conclusie
Mr. Vellinga
- LJN
BM0783
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2010:BM0783, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 08‑06‑2010; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BM0783
ECLI:NL:PHR:2010:BM0783, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑04‑2010
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BM0783
- Vindplaatsen
Uitspraak 08‑06‑2010
Inhoudsindicatie
Bewijsklacht medeplegen van verduistering. HR: 81 RO.
8 juni 2010
Strafkamer
nr. 08/00967
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 februari 2008, nummer 20/001361-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde werkstraf voor de duur van zestig uren subsidiair dertig dagen hechtenis en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J.P. Balkema als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken op 8 juni 2010.
Conclusie 06‑04‑2010
Mr. Vellinga
Partij(en)
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1.
Verdachte is door het Gerechtshof te 's‑Hertogenbosch veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van zestig uren subsidiair dertig dagen hechtenis.
2.
Namens verdachte heeft mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3.
Anders dan het middel wil kan uit de gebezigde bewijsmiddelen, in het bijzonder voor zover inhoudende dat de televisie in de woning van de verdachte is gezet, worden afgeleid dat verdachte en [betrokkene 1] zo bewust en nauw heben samengewerkt met het oog op het wederrechtelijk toeëigenen van de televisie door verdachte en [betrokkene 1], dat van medeplegen van de bewezenverklaarde verduistering kan worden gesproken.
4.
Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
5.
Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Het cassatieberoep is ingesteld op 28 februari 2008. De Hoge Raad zal in deze zaak uitspraak doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Het voorgaande brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Nu aan de verdachte evenwel een taakstraf van minder dan honderd uren is opgelegd, kan met de enkele constatering dat de redelijke termijn is overschreden, worden volstaan.1.
6.
Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
7.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 06‑04‑2010