NJB 2013/1305
Vertraging van vluchten. Compensatieregeling. Bijzondere omstandigheden. HR: De kantonrechter had het verweer dat bij de vertraging sprake is geweest van bijzondere omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden, in zijn overwegingen dienen te betrekken
HR 03-05-2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2865
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 mei 2013
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, F.B. Bakels, A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion en G. Snijders
- Zaaknummer
12/00511
- LJN
BZ2865
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Juridische beroepen / Rechter
Vervoersrecht / Personenvervoer algemeen
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:BZ2865, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 03‑05‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:BZ2865, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑03‑2013
- Wetingang
Wet RO art. 80 lid 1; Verordening (EG) 261/2004 art. 5, 6 en 7
Essentie
Vertraging van vluchten. Compensatieregeling. Bijzondere omstandigheden. HR: De kantonrechter had het verweer dat bij de vertraging sprake is geweest van bijzondere omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden, in zijn overwegingen dienen te betrekken
Partij(en)
Transavia, adv. mr. K.G.W. van Oven, vs. A c.s. (de passagiers), niet verschenen
Uitspraak
Feiten en procesverloop
A c.s. hebben bij Transavia een vlucht van Gran Canaria naar Rotterdam geboekt. De vlucht heeft vertraging opgelopen doordat Transavia zowel tijdens de voorafgaande vlucht van het betrokken toestel als bij het instappen van de onderhavige vlucht te kampen heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.