De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.9.4:6.9.4 De hoogte van de jaarvergoedingen in het kader van de ELFPO-subsidie
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.9.4
6.9.4 De hoogte van de jaarvergoedingen in het kader van de ELFPO-subsidie
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS396058:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel 4.1.1.7, derde lid.
Zie Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 100 en 199. Zij geven aan dat de beslissing omtrent het al dan niet verlenen van een voorschot een besluit is.
Zie ABRvS 30 juni 2010, LJN BM9681, r.o. 2.3.
Zie ABRvS 30 juni 2010, LJN BM9681, r.o. 2.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Nederland is in de provinciale Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer geregeld dat het eerste jaar een besluit tot subsidieverlening wordt genomen, vervolgens ieder jaar de hoogte van de jaarvergoeding wordt vastgesteld en in de vorm van een voorschot wordt uitgekeerd1 en in het zesde jaar de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld. Er is bewust voor gekozen om de subsidie niet ieder jaar vast te stellen, omdat op deze besluiten — gelet op artikel 4:49 van de Awb — minder gemakkelijk kan worden teruggekomen. Indien een eindontvanger van de Europese subsidie niet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen dan wel aan de randvoorwaarden voldoet, wordt de jaarvergoeding overeenkomstig de artikelen 10.1 en 10.2 van de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer verlaagd. In deze artikelen wordt verwezen naar rechtstreeks toepasselijke bepalingen van de Commissieverordening nr. 1975/2006 waarin administratieve sancties en maatregelen zijn neergelegd. In artikel 10.5 is vervolgens bepaald dat bij de vaststelling van de subsidies rekening wordt gehouden met de verlagingen die ingevolge de artikelen 10.1 en 10.2 zijn opgelegd.
De vraag rijst of tegen beslissingen omtrent verlaging van de jaarvergoeding bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat, of dat het besluit tot subsidievaststelling moet worden afgewacht. Nu de jaarvergoeding in de vorm van een voorschot wordt uitbetaald, is de beslissing omtrent de hoogte van de jaarvergoeding een besluit, evenals daarop wordt teruggekomen door het subsidieverstrekkend nationaal uitvoeringsorgaan.2 Er bestaat dus geen twijfel over de vraag dat inzake beslissingen omtrent de jaarvergoedingen beroep openstaat bij de bestuursrechter. Dit betekent dat in het kader van de subsidievaststelling niet kan worden opgekomen tegen administratieve maatregelen en sancties die in het kader van de vaststelling van de jaarvergoedingen zijn opgelegd.
Het voorgaande is voor de programmaperiode 2000-2006 bevestigd in een uitspraak van de ABRvS van 30 juni 2010.3 In deze programmaperiode werden de beslissingen waarbij administratieve sancties werden opgelegd, afzonderlijk genomen in het kader van de voorschotten die werden verstrekt op grond van artikel 39 van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer. Indien in het kader van de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van voorschotten een sanctie werd opgelegd in de vorm van een korting, kan daartegen volgens de ABRvS niet pas in het kader van de subsidievaststelling worden opgekomen.4